18.
Hoe oud zal ik zijn geweest, ik kon al lezen, een jaar of zes/zeven. We reden ’s avonds met het gezin naar huis. In het donker kwam ik niet vaak buiten, dus het moet iets uitzonderlijks zijn geweest dat ik nog ‘zo laat’ op was; het zal na een verjaardag van een opa of oma zijn geweest. Ik keek uit het raampje achterin de oranje Simca en vroeg: ‘Waarom hangt die lamp in de lucht?’
Hilariteit bij mijn oudere zussen. ‘Haha, Willem denkt dat de volle maan een lamp is!’ Ik moest ervan huilen. Ik voelde me zo dom. Maar dit is waarom ik weet dat ik toen al kon lezen: mijn vader, die het stiekem wel een interessante vraag vond, nam mij mee naar de bibliotheek om boeken te halen over de zon, de maan, de planeten, de sterrenstelsels, het universum. En ’s avonds bij heldere hemel keken mijn vader en ik, in de nog niet totaal met neonlicht verpeste avondhemel van Leeuwarden, naar de sterren, naar de planeten, naar de maansverduistering, naar de sterrenregens. 
 
Ik leerde ondertussen over de negen planeten van ons zonnestelsel (Frits zegt acht, maar in mijn tijd hoorde Pluto er nog bij), waarom alle grote hemellichamen rond waren (zwaartekracht), hoe de maanstonden verklaard dienden te worden, hoe je met driehoeksmeting de afstand van de zon, de maan en de sterren tot aan de aarde kon berekenen, en waarom de dampkring zo warm werd voor raketten die er doorheen wilden breken (wrijving). Toegegeven, ik begreep er lang niet alles van, maar ik deed mijn best en met reden: ik wilde slimmer dan mijn zussen zijn. Fysiek kon ik ze niet aan, maar verbaal zou het me misschien wel lukken als ik maar de informatie die ter beschikking was tot mij nam. Op een avond vroeg ik — slim en wijs en zeker van mijn zaak — bij het avondeten of mijn zussen misschien konden uitleggen waarom het vanavond halve maan was. Mijn zussen lachten me wederom uit. ‘Haha, Willem, als je denkt dat soort dingen belangrijk zijn, kom dan maar over acht jaar bij ons terug.’ Voor mijn zussen was er in die tijd namelijk maar één ding belangrijk: jongens. Maar ik wist dat mijn zussen zo gereageerd hadden omdat ze het antwoord niet wisten; ik sliep die avond erg goed.
 
19.
Nou had ik het in de jaren 80 wederom erg mee. Wie een slim, maar introvert, sociaal wat onhandig, maar nieuwsgierig jongetje was, kon terecht bij de wetenschap. Wat was wetenschap in die tijd: Wubbo Ockels, de besnorde astronaut die alles wist (inclusief wat het gevoel van gewichtloosheid was); Chriet Titulaer die ons in zijn wondere wereld (een televisieprogramma) liet zien hoe het huis van de toekomst eruit zou zien (pc, magnetron, een door een robot bestuurde stofzuiger; de man kreeg gelijk), met als achtergrond-tune Vangelis' Spiral, Jarre’s Oxygène, synthesizer greatest. En als dat nog niet voldoende futuristisch was, dan waren er de aanvullende films en televisieseries: Buck Rogers, Star Wars, en de (al oudere) strip Dan Cooper; een jaren 60-strip die ik van mijn oom had gekregen en waarin de stoere, rokende, ruwe bolster blanke pit, de van het Canadese of Amerikaanse leger (dit weet ik niet meer precies: voor mij waren die landen eender) afkomstige Dan Cooper een reis maakte naar Mars. Wel honderd keer heb ik dat stripverhaal gelezen, stiekem in bed met het nachtlampje aan, omdat ik altijd zo godvergeten vroeg van mijn ouders naar bed moest! 
 
Hoe die toekomst eruitzag (i.e. ik beperk mij tot Star Wars): hard wit plastic, led-lampjes, beeldschermen (computers), robots, en een strijd van goed vs. kwaad, waarbij, zolang je maar in de bioscoopstoel bleef zitten en niets vroeg, je daarna de film met je vriendjes thuis dunnetjes overdeed met alle merchandise waarvan de regisseur George Lucas schatrijk werd.
 
Het is grappig, Star Wars, als je naar de acteurs kijkt en hoort hoe zij op die film (die de acteurs onsterfelijk zou maken) terugblikken, ontstaat er een zeer nuchter beeld: Princess Leia (Carrie Fisher) legt bv. uit dat toen George Lucas haar vroeg om mee te spelen in Star Wars, zij aanvankelijk dacht dat het om een familiedrama ging (Carrie Fishers ouders, Debbie Reynolds en Eddie Fisher, waren destijds absolute sterren en bevolkten de privé-pagina’s sinds jaar en dag met hun astronomische ruzies en geschillen). Maar ook dat ze bv. aan Lucas vroeg waarom ze al haar scènes zonder beha moest spelen, waarop Lucas antwoordde: ‘In de ruimte werken beha’s als verstikkende koorden.’ Met andere woorden: de acteurs en regisseur wisten dat het een onzinfilm was, een verhaaltje waarbij het meer ging om de ervaring van de beelden dan om het cowboy- vs. indianenverhaal in ‘a galaxy far away’. Maar wij, arme kindjes, maar ook de generatie voor mij (de eerste Star Wars-film kwam in 1977 uit), dachten dat het echt was! Natuurlijk waren wij allen de held: Luke Skywalker, Princess Leia, Han Solo. Zelfs domme Chewbacca had zijn waarde: hij kon niet spreken maar wel vechten! Aan de homofiele medemens werd ook gedacht (C-3PO) en de meekijkende, volwassen vader mocht zich in het pak hijsen van Obi-Wan Kenobi. Hij of zij die zich alwetend beschouwde, was Yoda. De dark force was voor anderen…
 
Deze verstripping van wetenschap, van Ockels tot Vangelis, van Chriet Titulaer tot Star Wars, heeft generaties doen denken dat het zeer normaal, zelfs heldhaftig is als je:
 
A. Het universum ontgint (Het Oostblok rijp maakt voor kapitalisme)
B. Feel good gelijkstelt aan is good (de fantasie ontgint met make-believe)
C. Rebellen winnen van de dark force (eindeloze oorlogen in landen waar ze er een ander geloof op nahouden)
D. Het goed is om groot te denken (het kwaad overwinnen!)
E. En e.e.a. ondersteund wordt met hard plastic waarin zich computers bevinden en led-lampjes (computers en internet).
 
De vraag over de kip en het ei kan ik niet voor u beantwoorden, maar ik kan u wel vertellen dat deze kinderlijke gedachten over wat wetenschap is, eindeloos veel wetenschappers hebben beïnvloed in hoe zij hedendaags of toen (sommigen zijn inmiddels met pensioen) wetenschap beoefenen: op kinderlijk naïeve wijze, in de hoop daarmee hun jongenskamertje te behouden.
 
(Wordt vervolgd)
 

Reacties

Populaire posts van deze blog