18. Hoe oud zal ik zijn geweest, ik kon al lezen, een jaar of zes/zeven. We reden ’s avonds met het gezin naar huis. In het donker kwam ik niet vaak buiten, dus het moet iets uitzonderlijks zijn geweest dat ik nog ‘zo laat’ op was; het zal na een verjaardag van een opa of oma zijn geweest. Ik keek uit het raampje achterin de oranje Simca en vroeg: ‘Waarom hangt die lamp in de lucht?’ Hilariteit bij mijn oudere zussen. ‘Haha, Willem denkt dat de volle maan een lamp is!’ Ik moest ervan huilen. Ik voelde me zo dom. Maar dit is waarom ik weet dat ik toen al kon lezen: mijn vader, die het stiekem wel een interessante vraag vond, nam mij mee naar de bibliotheek om boeken te halen over de zon, de maan, de planeten, de sterrenstelsels, het universum. En ’s avonds bij heldere hemel keken mijn vader en ik, in de nog niet totaal met neonlicht verpeste avondhemel van Leeuwarden, naar de sterren, naar de planeten, naar de maansverduistering, naar de sterrenregens. Ik leerde onder...