4.
In een tijd van geen vooruitgang kun je – naast vooruitgang creëren door een werkelijk nieuw land te ontsluiten voor de markt (zoals met het Oostblok is gebeurd) – nog veel meer land ontginnen, in principe oneindig veel land, door fictief land voor de markt te ontginnen.

Hoe gaat dat in zijn werk?
Je creëert een filmstudio.
Je laat fantasie tot werkelijkheid komen via beeld en geluid.
Binnen die fantasie laat je het hoogst mogelijke net buiten beschouwing, maar laat je de koopwaar die binnen die fantasie een rol speelt wel tot de markt toe.
 
Binnen de reclameblokken zie je een dergelijke strategie dagelijks: oh, de tijd dat je nog paradijselijk op een eiland kon wonen en ontbijten met Roger Moore of Tom Selleck… als je maar in de ochtend Cruesli at. Kent u die reclame nog?*
 
*Frits zegt: je bedoelt een Bounty-eiland van de Bounty-reclame. Maar Frits vergist zich, zoals u hier kunt zien (de Cruesli-commercial is uit 1989 en past precies bij mijn herinnering: https://m.youtube.com/watch?v=8YxPPLccgKg&ra=m)
 
En het verkocht, met reden!
Want het paradijselijke eiland was (toen nog) voor de meeste mensen onbereikbaar. Maar Cruesli vond je in elke supermarkt, voor een klein en betaalbaar prijsje.
En toen ook die koek op was, maakten reisorganisaties van die paradijselijke eilanden een grote Club Med… en was het ook met het echte paradijs op die eilanden wel gedaan.
 
5.
Met reclame is het zo dat je ergens diep van binnen wel weet dat de beelden die je voorgeschoteld krijgt niet waar zijn, of hooguit overdreven. Daarbij is het ook niet de bedoeling van de kruidenier dat je de kruidenierswaren letterlijk in de plaats stelt van een ontbijt op een paradijselijk strand met Roger Moore (voor jeugdige lezers: dit was de James Bond uit die tijd). Nee, je mag het gevoel van ontbijten met Roger Moore wel overhouden na het eten van Cruesli, maar je moet de Cruesli wel kopen en niet… Roger Moore gaan stalken. Iedere reclameconsument beseft dit. Toch zijn er ook media waar dromen wel waarheid worden, waar je wel in contact staat met het paradijs – in ieder geval zolang je ernaar kijkt – en waar ook producten die je eigenlijk niet nodig hebt aan je worden gesleten, maar op een veel onbewuster niveau: op film.
 
6.
E.T. is eigenlijk voor mijn tijd (kwam uit in 1982), maar ik had oudere zussen die wegliepen met die film. Daardoor liep ik een beetje voor op mijn leeftijdsgenootjes. Daarnaast was er de videotheek en heb ik op die manier later – ergens op een verveelde woensdagmiddag halverwege de jaren 80 via de VHS-recorder die mijn vriendjes thuis hadden – de waarde van… een BMX gezien, een Amerikaanse fiets die ook in Friesland na 1982 mateloos populair werd (en welke fiets u kunt zien op de iconische filmposter waar ik dit hoofdstuk mee begonnen ben).
Je keek naar iets anders: je keek naar E.T., het kindje van God waar de aardbewoners, minus een paar dappere en verstandige kinderen, niet zo goed van wisten wat ze ermee aan moesten. Welke dappere kinderen (Drew Barrymore o.a., op wie mijn blondharige middelste zus wilde lijken na het zien van E.T.) het wezentje op hun fietsje terugbrachten naar het ruimteschip. Die fiets, die kregen we. Als je erop fietste, kreeg je er gratis het kindje van God bij. Een sprookje, een make-believe, een Sinterklaasvertelling waarvan je echter nooit verteld werd dat het een onwaar vertellinkje was en waarbij de beelden in de bioscoop zo overtuigend waren dat je er, ondanks dat je beter zou moeten weten, toch nog jaren in zou blijven geloven.
 
7.
De film die in mijn make-believe-wereld een centrale plaats heeft gekregen, en waarbij ik me pas na langdurige ondervinding bewust ben geworden dat de droom op het celluloid niet waar was, was… Back to the Future. Ook dit is een film waarin zogenaamde onbewuste product placements zitten, en waarbij men via een crazy wetenschapper en een stoere 17-jarige jongen die acteerde onder de tonen van Huey Lewis and the News (product placement), met een tijdmachine reisde naar onder andere the near future = 2015, waar men reisde in vliegende auto’s. En welke film waarschijnlijk een nieuw jasje nodig heeft. Want in 2015 (30 jaar na het verschijnen van Back to the Future) waren er… geen vliegende auto’s en tijdmachines. Wel Nike-gymschoenen (die de held in de film draagt) en Calvin Klein-onderbroeken, en dronk men, ook in de verre toekomst, Pepsi-Cola nabij de shopping mall, die enige jaren na 1985 ook in Leeuwarden gebouwd werd.
 
Ik kan het dergelijke films niet kwalijk nemen dat ze in een tijd van geen verandering slechts make-believe kunnen brengen, in een jasje waarbij de spullen – het huis, de BMX, de andere gemarkete spullen waaronder de Nikes, de bodywarmer, de maniertjes, the shopping mall, de Libiërs – gematerialiseerd konden worden en die mij verder als de perfecte consument op mijn stoel lieten blijven, kijkend en hopend dat de droom toch uitkomt. En waarbij de gemiddelde kijker misschien wel nooit uit de stoel weet te stappen omdat de fantasie, als in een steeds bozer wordende droom, blijft prikkelen.
 
En ofschoon voor dit soort cultuurkritiek – af en toe – en sinds jaar en dag al gewaarschuwd wordt (men kijke naar Solaris van Tarkovski, een film die ver voor zijn tijd vooruitliep en waar de nieuwe planeet (= de teevee) waar mensen in een ruimtestation om die planeet heen cirkelen (de naar het celluloid kijkende toeschouwer) naar kijken, en welke planeet valse beelden levert die niet van echt te onderscheiden zijn en die de ruimtevaardende kijker uiteindelijk krankzinnig maken), of naar de films uit het eind van de jaren negentig en begin 2000 waarin bv. Tom Cruise in Vanilla Sky de droom leeft die niet van de werkelijkheid is te onderscheiden, en… krankzinnig wordt.
 
Open your eyes.
Abre los ojos.
Open je ogen.
 
Of, zoals Stanley Kubrick het in zijn laatste film cynisch verwoordde: Eyes Wide Shut, waarbij het laatste woord dat in die film gesproken wordt nogal dubbelzinnig is. Dat is dat we als mens alleen verder vooruitkomen door: Fuck.
 
(Wordt vervolgd)

Reacties

Populaire posts van deze blog