Over de waan van de dag
 
De waan van de dag is als het weer. Het is er altijd, het is veranderlijk, niemand begrijpt dat het bestaat (er worden hooguit voorspellingen gemaakt), er wordt nooit over nagedacht of op teruggeblikt (tenzij het van zeer lang geleden is), het wordt beschouwd als een natuurfenomeen.
 
De oudste waan van de dag die ik actief heb meegemaakt, is - net als vele andere Nederlanders dat actief hebben meegemaakt-: Sinterklaas.
Oh, we geloofden allemaal in Sinterklaas.
Of allemaal?
Niet allemaal, er was een kleine groep schoolkinderen die er actief nooit in geloofd hebben, omdat ze dat nou eenmaal zo van hun ouders hadden meegekregen, ik denk aan een klasgenootje die Jehova Getuige was (en Jehova Getuigen geloven niet in Sinterklaas).
Maar het merendeel van mijn lagere schoolgenootjes geloofde in Sinterklaas en niemand die ons van ons geloof kon halen, ook niet die irritante oudere schoolkinderen die dan plots op het schoolplein tegen je zeiden: ‘Sinterklaas bestaat niet.’
Zo is dat met alle wanen van de dag.
Niet iedereen hoeft in de waan te geloven, slechts een grote groep (grote minderheid, kleine meerderheid) is nodig om het door te laten gaan als waan van de dag. Het ging bijna als vanzelf, het geloof in die waan van Sinterklaas, een perpetuum mobile. Want wat is er nou leuker dan Sinterklaas, de man op zijn paard die met zijn Pieten op de daken loopt en cadeautjes in de kamer weet te toveren omdat hij zo graag cadeautjes aan je wil geven? Mensen die zeggen dat zo’n feit niets meer is als een waan (als die oudere kinderen die tegen mij zeiden: ‘Sinterklaas bestaat niet’), zijn spell-brekers (met de nadruk op spell=betovering), waar je -uiteraard- niet naar luistert. De betovering betekent nou eenmaal alles voor je.
 
Hoe dan wel uit die waan te ontwaken?
 
Er zijn twee manieren om uit een waan te ontwaken.
 
Manier 1
Een kleine groep komt zelfstandig achter het feit (dat Sinterklaas niet bestaat).
Ik was daar één van in mijn klas.
Hoe dat ging?
In de tweede klas (groep 4) van de lagere school, hoe oud was ik… even tellen: ja, ik was 7 jaar oud, zag ik in het winkelcentrum van Leeuwarden (Bilgaard) een Sinterklaas staan die er totaal anders uitzag in zijn gezicht dan de Sinterklaas van teevee. Mijn moeder wist mijn vraag: ‘Is dat wel Sinterklaas die ik daar voor de Blokker zie staan, hij ziet er zo anders uit dan op teevee’ te pareren met: ‘De Sinterklaas die je daar ziet staan is een hulpsinterklaas.’
‘Maar wie is dan de echte Sinterklaas?,’ vroeg ik.
‘Degene die op teevee komt en degene die op school langskomt.’ Antwoordde mijn moeder.
 
Sceptisch jongetje als ik was, lette ik die 5 december 1985 extra goed op wie langskwam op school en wie er op teevee te zien was: het waren wederom twee verschillende Sinterklazen.
Vanaf toen wist ik dat Sinterklaas niet bestond.
 
Vond ik het erg om erachter te komen dat Sinterklaas niet bestond?
 
Nou, erg leuk vond ik het op het moment suprême niet, maar al snel begreep ik het idee achter het bestaan van Sinterklaas, wat al het verdriet om zijn niet-bestaan weer goed maakte.. Mijn ouders vonden het nou eenmaal leuk om me te laten geloven dat niet alleen zij zoveel van mij hielden, dat ze me daarom wilden overstelpen met cadeaus, maar dat er ook iemand was die net zoveel van mij hield, ofschoon hij geen familie was. ofschoon Dat zo’n man in werkelijkheid niet bestaat, was iets… wat mijn ouders me destijds liever niet wilden vertellen. Het zou zo leuk zijn als hij wel bestond! Maar Sinterklaas bestaat niet…
 
Daarbij is Sinterklaas ook een samenhorig feest, waarbij je als gezin om de tafel vriendelijkheden met elkaar uitwisselt (cadeaus en gedichten). Sinterklaas werd bij ons eigenlijk om maar één reden gevierd: om de knusheid, om de gezelligheid, om het houden van elkaar. En zo is Sinterklaas dan bij ons ook nog lang gevierd, ook lang nadat ik niet meer in de goedheiligman geloofde.
 
Zo ontwaakte ik uit de waan van Sinterklaas. En met mij nog een paar andere klasgenootjes.
In de derde klas, zo rond de maand november, ik weet het nog heel goed, werden wij -die niet meer geloofden in Sinterklaas- terzijde genomen door de juf. Er werd ons op vriendelijke manier uitgelegd dat het niet de bedoeling was om het feest te verstieren voor hen die nog wel in Sinterklaas geloofden, maw: door niet te zeggen dat Sinterklaas niet bestond. Ik heb dat ook nooit tegen mijn medeklasgenootjes gezegd. Ik begreep uit eigen ervaring de irritatie die ik had van al die oudere kinderen die me destijds -ja- pestten met het idee, hoewel het idee waar was, dat Sinterklaas niet bestond. Daar ging je feest van knusheid, gezelligheid, liefde. Dat wilde ik mijn mede klasgenootjes niet aandoen en ik bewaarde het geheim. Onderling (de klasgenootjes die wisten dat Sinterklaas niet bestond) praatten we er wel over, maar meer als een geheim of- weer nadenkende over die jongen die Jehova Getuige was en altijd had geweten dat Sinterklaas niet bestond- over het werkelijke geluk van Sinterklaas. Die jongen vertelde me dat ook hij de viering van Sinterklaas an sich altijd gevierd had, maar dan minus het geloof in de goedheiligman.
 
En in de vierde klas… geloofde niemand meer in Sinterklaas en werd er ook niet meer over het bestaan van hem gesproken.
 
Hoe die ommezwaai kwam?
Lezer, weet u zelf nog hoe u er achter kwam dat Sinterklaas niet bestond?
 
Tweede manier om uit een waan te ontwaken (Manier 2)
In mijn klas (een hele gemiddelde klas), kwam het merendeel erachter (dat Sinterklaas niet bestond) omdat de autoriteit (ouders in dit geval) het hun kind verteld had dat Sinterklaas niet bestond.
 
Wanen zijn irritant.
Waarom?
Omdat wanen uiteindelijk niet werken. Slechts tijdelijk kun je geloven in de waan dat de grond niet onder je bestaat, waarna je met een plof op de grond belandt.
 
Sommige wanen (als Sinterklaas) zijn maakbaar en daardoor langer in stand te houden dan de waan dat de zwaartekracht (op aarde) niet bestaat.
 
Wanen hebben ook iets kinderlijks: hoe heb je ooit kunnen geloven dat er een man met een paard over de daken liep? En kinderachtig… zo willen de meeste mensen niet genoemd worden. Daarom wordt er over beleden wanen uit een recent verleden over het algemeen niet gepraat. Met wanen van heel lang geleden, als bijvoorbeeld de heksenverbrandingen of de tulpenmanie is dat anders. Mensen die daarin geloofden, zijn al lang dood.
Bovendien zijn het vervolgen tijden.
Nu is alles anders! Is de gedachte.
 
Maar relatief recente wanen (beleden in een tijd door mensen die nog steeds in leven zijn) omtrent
 
de mannetjes op de maan,
Jomanda die flessen water instraalt,
de ‘weapons of mass destruction’,
nieuwe ziekten waarvoor je jezelf op moet sluiten,
 
 
daar wordt zelden tot nooit over gepraat. Om dezelfde reden… waarom kindjes in de vierde klas van de lagere school niet praten over het feit dat ze ooit in Sinterklaas geloofden. Nu geloven ze in de waan van de… kerstman.
Zo werkt dat met wanen van  de dag. De ene waan van de dag wordt ingewisseld voor een andere waan van de dag. Net als met het weer, waarbij een hoog druk gebied wordt afgewisseld met een laag drukgebied, regen met zonneschijn, ad infinitum. Maar dat had ik u al verteld.
 
Het is niet mijn bedoeling om mensen uit hun waan te praten.
A) Dat lukt me toch niet (want ik bezit de autoriteit niet),
B) Ik vind het veel beter als mensen zelfstandig uit hun eigen waan weten te ontwaken (daarmee komen ze er zelf achter waarom ze in de waan geloofden, dat hoort bij het -bij gebrek aan een beter  afgezaagde woord- ‘ontwaken’, waardoor de kans dat ze gaan geloven in een nieuwe waan.. wordt afgenomen)
C) Een waan geeft een houvast aan mensen die… op een bepaalde manier de werkelijkheid van het leven waarin 2*2=4 niet voldoende vinden om aan vast te houden… het geeft ze vertier, ook al is het een vertier waarbij de werkelijkheid uiteindelijk toch zegeviert.
 
Ad C wil ik toch iets meer over zeggen. Het is als ad C met het stemmetje van binnen, stemmetje die ik (gekscherend) Julia Roberts noem, maar dan 1000 keer zo mooi. Anderen noemen het ook wel het zesde zintuig. Uiteraard is dit stemmetje van binnen niets meer dan je eigen stem.
 
Ik weet niet of alle mensen een stemmetje van binnen hebben. Ik denk van wel, maar de meesten houden dat stemmetje diep verborgen voor henzelf. Ze durven, mogen, kunnen, willen het niet laten spreken. Zij zetten daar andere stemmetjes voor in de plaats, stemmetjes die de waan van de dag perfect volgen, zoals jij dat leest bij journalist A, wetenschapper B, politicus C, meester D, die… het ook weer van een ander heeft.
 
Het enige waar ik wel actief stelling tegen neem, is tegen mensen die me willen doen geloven in de waan van de dag, terwijl ik wel beter weet. Deze mensen zijn er legio en maken mij, eerlijk gezegd, wel wat kopschuw. Ik kom toch liever niet met hen in aanvaring. Toch gaat het mij te ver om die mensen vrij spell te geven, spell waar ze (merendeels is mijn stellige mening) zelf in geloven. Deze mensen wil ik wel eens de waarheid vertellen.
 
‘Sinterklaas bestaat niet’, heb ik nooit en zal ik nooit tegen een kind zeggen dat gelooft in Sinterklaas. Maar tegen de Sinterklazen zelf wil ik wel eens wat eerlijker zijn, door hen te vertellen dat ze mij niets wijs maken.
 

Reacties

Populaire posts van deze blog