Over de waan van de dag
Oh, we geloofden allemaal in Sinterklaas.
Of allemaal?
Niet allemaal, er was een kleine groep schoolkinderen die er actief nooit in geloofd hebben, omdat ze dat nou eenmaal zo van hun ouders hadden meegekregen, ik denk aan een klasgenootje die Jehova Getuige was (en Jehova Getuigen geloven niet in Sinterklaas).
Maar het merendeel van mijn lagere schoolgenootjes geloofde in Sinterklaas en niemand die ons van ons geloof kon halen, ook niet die irritante oudere schoolkinderen die dan plots op het schoolplein tegen je zeiden: ‘Sinterklaas bestaat niet.’
Zo is dat met alle wanen van de dag.
Niet iedereen hoeft in de waan te geloven, slechts een grote groep (grote minderheid, kleine meerderheid) is nodig om het door te laten gaan als waan van de dag. Het ging bijna als vanzelf, het geloof in die waan van Sinterklaas, een perpetuum mobile. Want wat is er nou leuker dan Sinterklaas, de man op zijn paard die met zijn Pieten op de daken loopt en cadeautjes in de kamer weet te toveren omdat hij zo graag cadeautjes aan je wil geven? Mensen die zeggen dat zo’n feit niets meer is als een waan (als die oudere kinderen die tegen mij zeiden: ‘Sinterklaas bestaat niet’), zijn spell-brekers (met de nadruk op spell=betovering), waar je -uiteraard- niet naar luistert. De betovering betekent nou eenmaal alles voor je.
Een kleine groep komt zelfstandig achter het feit (dat Sinterklaas niet bestaat).
Ik was daar één van in mijn klas.
Hoe dat ging?
In de tweede klas (groep 4) van de lagere school, hoe oud was ik… even tellen: ja, ik was 7 jaar oud, zag ik in het winkelcentrum van Leeuwarden (Bilgaard) een Sinterklaas staan die er totaal anders uitzag in zijn gezicht dan de Sinterklaas van teevee. Mijn moeder wist mijn vraag: ‘Is dat wel Sinterklaas die ik daar voor de Blokker zie staan, hij ziet er zo anders uit dan op teevee’ te pareren met: ‘De Sinterklaas die je daar ziet staan is een hulpsinterklaas.’
‘Maar wie is dan de echte Sinterklaas?,’ vroeg ik.
‘Degene die op teevee komt en degene die op school langskomt.’ Antwoordde mijn moeder.
Vanaf toen wist ik dat Sinterklaas niet bestond.
In de derde klas, zo rond de maand november, ik weet het nog heel goed, werden wij -die niet meer geloofden in Sinterklaas- terzijde genomen door de juf. Er werd ons op vriendelijke manier uitgelegd dat het niet de bedoeling was om het feest te verstieren voor hen die nog wel in Sinterklaas geloofden, maw: door niet te zeggen dat Sinterklaas niet bestond. Ik heb dat ook nooit tegen mijn medeklasgenootjes gezegd. Ik begreep uit eigen ervaring de irritatie die ik had van al die oudere kinderen die me destijds -ja- pestten met het idee, hoewel het idee waar was, dat Sinterklaas niet bestond. Daar ging je feest van knusheid, gezelligheid, liefde. Dat wilde ik mijn mede klasgenootjes niet aandoen en ik bewaarde het geheim. Onderling (de klasgenootjes die wisten dat Sinterklaas niet bestond) praatten we er wel over, maar meer als een geheim of- weer nadenkende over die jongen die Jehova Getuige was en altijd had geweten dat Sinterklaas niet bestond- over het werkelijke geluk van Sinterklaas. Die jongen vertelde me dat ook hij de viering van Sinterklaas an sich altijd gevierd had, maar dan minus het geloof in de goedheiligman.
Lezer, weet u zelf nog hoe u er achter kwam dat Sinterklaas niet bestond?
In mijn klas (een hele gemiddelde klas), kwam het merendeel erachter (dat Sinterklaas niet bestond) omdat de autoriteit (ouders in dit geval) het hun kind verteld had dat Sinterklaas niet bestond.
Waarom?
Omdat wanen uiteindelijk niet werken. Slechts tijdelijk kun je geloven in de waan dat de grond niet onder je bestaat, waarna je met een plof op de grond belandt.
Bovendien zijn het vervolgen tijden.
Nu is alles anders! Is de gedachte.
Jomanda die flessen water instraalt,
de ‘weapons of mass destruction’,
nieuwe ziekten waarvoor je jezelf op moet sluiten,
Zo werkt dat met wanen van de dag. De ene waan van de dag wordt ingewisseld voor een andere waan van de dag. Net als met het weer, waarbij een hoog druk gebied wordt afgewisseld met een laag drukgebied, regen met zonneschijn, ad infinitum. Maar dat had ik u al verteld.
A) Dat lukt me toch niet (want ik bezit de autoriteit niet),
B) Ik vind het veel beter als mensen zelfstandig uit hun eigen waan weten te ontwaken (daarmee komen ze er zelf achter waarom ze in de waan geloofden, dat hoort bij het -bij gebrek aan een beter afgezaagde woord- ‘ontwaken’, waardoor de kans dat ze gaan geloven in een nieuwe waan.. wordt afgenomen)
C) Een waan geeft een houvast aan mensen die… op een bepaalde manier de werkelijkheid van het leven waarin 2*2=4 niet voldoende vinden om aan vast te houden… het geeft ze vertier, ook al is het een vertier waarbij de werkelijkheid uiteindelijk toch zegeviert.
Reacties
Een reactie posten