Geneeskunde is dat
 
Een van de voordelen van het nakomertje zijn (ik heb twee oudere zussen), is dat je al op zeer jonge leeftijd met je neus op de feiten wordt gedrukt. Ik moest wel mee gaan met de feiten waaromheen mijn oudere zussen het gezin gestalte gaven. Een van die feiten was Doe Maar. Altijd hoorde ik maar Doe Maar. Als jongetje die wilde praten, wilde meepraten, wilde meedoen aan dat wat in het gezin belangrijk werd gevonden, zong ik de liedjes van Doe Maar na. Ik kende de liedjes uit mijn hoofd. Ik speelde hun albums, op de achterbank, met mijn walkman op, opgenomen op mijn TDK cassettebandje, af, deed dat een keer of 20 achter elkaar, en toen waren we op onze vakantiebestemming in Zuid Frankrijk (waar het toen net zulk goed weer was als nu [eerste Pinksterdag 2026] in Nederland en wat wel de reden zal zijn waarom juist deze herinnering bij mij nu omhoog komt, maar dat terzijde). Ernst Jansz, oprichter van de band Doe Maar -één van de weinige artiesten die het goed had vanaf het begin van de pandemie, daarvoor uit kwam en als dank voor deze vertoonde dienst door de media werd gemarginaliseerd- hij zong op 15 juni 2020 het volgende lied waaruit ik een couplet haal:
 
De naakte waarheid strompelt voort
Van huis en haard verjaagd
Zo rammelt zij aan elke poort
Maar geen mens die haar verdraagt
Nee geen mens die haar verdraagt  
 
In 2020 was ik 42 jaar oud. De tekst begreep ik toen nog niet goed. Ik voelde de tekst wel aan. Ergens wist ik dat de tekst goed was.
 
Zo was dat ook met die oude, jaren 80 Doe Maar liedjes - waarvan het toch eigenlijk tragisch is dat Ernst Jansz vooral herinnerd wordt vanwege zijn Belle Helene (hoogste notering in de Top 2000 van Doe Maar waarbij de schrijver van de tekst Ernst Jansz is). Het geeft maar weer eens aan hoe belangrijk het is, als artiest zijnde, dat je het best herinnerd wordt aan je slechtste publicaties. Over smaak valt te twisten, maar van pedofilie (waar het nummer Belle Helene over gaat) ben ik geen voorstander. Toch heb ik ook dat liedje meegezongen, ken het nog steeds uit mijn hoofd en een meisje van 17 (waar de dertig plusser Jansz over zong), nou ach: dat was in die tijd voor mij toch ook al een hele volwassen vrouw. De pedofilie heb ik er pas later uitgehaald.
Ik was toen Doe Maar de hitlijsten besteeg met Belle Helene nog erg jong.
 
Maar dat heb ik u al verteld.
 
Een van de Doe Maar liedjes, die mijn zussen en ik niet van moeder thuis mochten draaien, was het nummer Heroïne, ook geschreven door Jansz, datum van uitgave 1983. Er werd namelijk in gescholden. Het woord G*dverdomme, kwam er nogal vaak in voor. En dus luisterde ik naar dat nummer -op mijn cassetterecorder of walkman-, met de geluidstandstand op zacht. In 1983 begreep ik ook die tekst nog niet goed. Ik voelde de tekst wel aan. Ergens wist ik dat de tekst goed was.
 
Ik was vijf jaar oud.
 
Ik zei toch dat ik er vroeg bij was?
 
Toch was ik in die tijd te jong om te begrijpen waar de liedjes van Doe Maar over gingen. De tragiek van Doe Maar in die tijd, was dat ze als mannen van 30 plus die over hun mannelijke onzekerheid zongen, tegenover een (veelal) veel te jong meisjes publiek stonden. Ook mijn zussen waren toen nog jong, maar wel een stuk ouder dan ik. Ik zal het leeftijdsverschil hier niet noemen. Toch denk ik wel eens: heeft de hypnopedia (=het eindeloos afluisteren van teksten op een leeftijd dat je de tekst nog niet kunt begrijpen, en een begrip uit de roman Brave New World) er voor gezorgd dat ik vroeg wijs was?
Mag ik blij zijn dat ik ben opgegroeid in een tijd dat muziekteksten nog ergens over gingen?
-Wat kan ik zeggen?
Alles beter dan Acda en de Munnik’s ‘Ik ben mezelf niet of nooit geweest’, of de ‘Watskeburt’ waar De Jeugd van Tegenwoordig het mee moet doen. Ik heb een rijke opvoeding gehad. Doe Maar heeft me geholpen in mijn opvoeding. Misschien niet al op mijn vijfde. Die vakantieherinnering die hierboven staat, komt uit 1990, toen was ik niet 5, maar 12 jaar oud; een wat waarschijnlijkere leeftijd dat muziekteksten invloed op je (gaan) hebben. Wat ik wil zeggen is dit: ik ben blij dat ik ben opgegroeid in een tijd dat muziekteksten nog ergens over gingen.
 
Maar mijn ouders waren natuurlijk de belangrijkste bron van mijn opvoeding, wat reden is dat ik de songtekst van Heroïne, hier nog steeds niet durf te benoemen. Er wordt namelijk in gevloekt, en vloeken, dat mag niet (van mijn ouders). Voor wie het nummer niet kent, ik zet de stand voor u op zacht en laat u de tekst hier lezen.
 
Deze lange inleiding had ik nodig om de titel van dit betoog aan u te verklaren.
 
Aan een blogger schreef ik het volgende:
 
‘Wat ik bij het schrijven van dit betoog telkens voor ogen heb gehouden, is de analogie van het systeem met een verslavend middel (alcohol, heroïne) dat het karakter van een persoon kan doen veranderen. Zoals elke analogie nooit precies is, ben ik misschien te goed van vertrouwen door te denken dat al die personen die ik beschrijf inherent goed zijn (maar van karakter zijn veranderd door het systeem), maar het verklaart toch wel veel (vind ik) van het getoonde gedrag van academici en anderen die in dat systeem verankerd zitten. Ook is (net als met drugs/alcohol) de enige mogelijkheid om uit dat systeem te geraken, een totale afwijzing van dat systeem. Of de academie/media/politiek al zo ver is, durf ik te betwijfelen, maar waar(achtig) is het wel, wat het geschrevene (naar ik aanneem) interessant maakt.’
 
Wat daar staat is niets meer dan Ernst Jansz’ Heroïne. Alleen heet de heroïne in dit betoog niet heroïne, maar Geneeskunde.
 
Hieronder staat een fragment uit een brief naar een oud-collega, waarbij ik wederom Ernst Jansz’ template van Heroïne heb gebruikt, maar ingevuld met mijn eigen woorden:
 
‘Het punt is, en ik wil dit goed zeggen: ik veracht jou niet. Ik veracht wel het academisch systeem waarin verwacht wordt dat je er letterlijk alles voor over moet hebben om aan te sluiten bij de waan van de dag, jaar, eeuw, al is het door te liegen en te bedriegen. Dat is wat ik veracht. Ik heb je genoeg voorbeelden gegeven waaruit je kunt halen dat ik mezelf niet verheven acht boven jouw gedrag. Ook ik heb gelogen om te voldoen aan de waan van de dag (zie vorig bericht). Ik ben blij dat ik dat niet meer doe!
 
Ik vraag te veel van je denk ik. Jij zit nog in dat systeem, en denkt dat je het nodig hebt. Maar schoonheid, waarachtigheid, eerzaamheid zit hem niet in een beleefd applaus of een eerbiedwaardige functie in een systeem. Het zit hem in het nastreven van waarheid en daarover altijd eerlijk zijn, ook al betekent dat (als ik heb laten zien) dat je dan niet meer met het academische spelletje mag mee doen. So be it!’
 
Dit betoog is fragmentarisch. Ik vertel u dingen die zo maar in mij opkomen, en doe alsof u mij volkomen begrijpt. Maar of u mij uit dat fragmentarische kunt begrijpen, dat is maar de vraag. Niet iedereen kan dat. 
Maar ik ben dan ook niet een allemansvriend.
 
Een van de problemen die ik - zo lang ik me kan heugen- bijna dagelijks meemaak als ik vertel waar ik over denk, is dat mensen mij niet kunnen volgen omdat ze het beginpunt van waaruit ik mijn vertelsel laat plaatsvinden niet als beginpunt zien van hun tijdslijn. Zonder kloppen een huis binnenstappen, is wat ik doe als ik vertel waarover ik denk, waardoor mensen zich overvallen kunnen voelen. Wat de reden is dat ik eigenlijk niet zo vaak vertel waarover ik denk. Ik wil mensen niet laten schrikken, alsof ze in hun eigen huis overvallen worden door iemand als ik.
 
Een tijdslijn van hoe ik heb geleerd om dat (wat ik voorheen als geneeskunde beschouwde) te zien als een vloek.
 
1871:
Multatuli stelt zich in zijn boek over specialiteiten beschikbaar als politicus in de tweede kamer. Hij wil, schrijft hij, vier problemen -die in de samenleving spelen- bestrijden, waaronder:
 
De dwang en drang rondom het injecteren van vaccin.
 
Multatuli waarschuwde in deze verhandeling (over de experts uit zijn tijd) dat artsen en wetenschappers blindelings vasthielden aan bepaalde ideeën zonder dat dit voldoende werd doorgrond of onderzocht. Bovendien streed hij principieel tegen onnodige inperkingen van de persoonlijke en lichamelijke vrijheid.
 
1871, dames en heren!! Ik heb de kritiek van Nederlands grootste schrijver (laat het Multatuli niet horen, schrijverij was hoererij, vond Multatuli) niet uit de dagbladen van 2020 kunnen halen, maar had het geluk dat ik dit betoog in 2007 voor 5 euro bij de antiquair had aangeschaft en zijn pleidooi heb onthouden.
 
1872:
Publicatie van de (fictieve) roman Erewhon (anagram van Nowhere of Here Now) door Samuel Butler waar hij op satirische wijze de maatschappij uit zijn tijd op de hak neemt, onder andere door mensen die niet gezond zijn tijdelijk in quarantaine te plaatsten in (merendeels) sterfhuizen waar de samenleving de ogen voor sluit, om zodoende als samenleving gezond te blijven. Kortom, ziekte wordt beschouwd als niet horende binnen de samenleving. Ziekte is anders.
 
1910:
Flexner Report, waarbij een zekere Abraham Flexner, in samenwerking met een zekere Gates (geen familie van, zover ik weet), publiceert dat de Geneeskunde zich moet ontwikkelen via de wetenschappelijke methode zoals die vorm is gegeven in het laboratorium van Pasteur, Koch en consorten. Het rapport heeft verreikende invloed, niet in het minst omdat het een probleem oplost van de Geneeskunde uit de 19e eeuw waarbij de arts een PR probleem had (erg serieus werd hij niet genomen) en die bovendien geen monopolie had op geneeswijzen. De opleiding Geneeskunde wordt geprofessionaliseerd, oa door alleen universiteiten waarbij het laboratorium de beginplaats voor het onderzoeken van ziekte en kuren subsidie krijgt en de geldstromen voor universiteiten waar natuurgeneeswijzen en homeopathie de boventoon voeren worden dichtgedraaid. Voor wie hier meer over wil lezen (het is interessante materie, maar wel een beetje saai geschreven), hier vindt u E. Richard Brown’s verhandeling (en laat u niet afschrikken door de titel van het boek).
 
1926:
Publicatie van de (fictieve) roman Arrowsmith van Sinclair Lewis. In dit boek volgt de lezer de jonge en bevlogen arts-wetenschapper Martin Arrowsmith, die er gedurende zijn carrière achterkomt dat het laboratorium en de wetenschappelijke methode alleen ingezet wordt om geneesmiddelen te patenteren (dat levert geld op, niets anders doet ter zake). Dat daarvoor de wetenschappelijke methode wordt verkracht, merendeels door collega’s die geen benul hebben van wat wetenschap is, en die bijvoorbeeld wetenschappelijke experimenten uitvoeren zonder controlegroep of waarbij de controlegroep halverwege een experiment om ‘ethische redenen’ werd opgeheven, wordt gegeven als een feit, zoals (als u heeft opgelet) het ook in 2020-21 een feit was dat de vaccin trials hun controlegroepen kwijtraakten en wij dus nu niet weten (ondanks alle PR en miljarden aan uitgaven aan covid vaccins) of deze vaccins nou wel of niet veilig en effectief zijn.
 
1953
Thalidomide (softenon) wordt gepatenteerd als middel dat zwangerschapsmisselijkheid zou tegengaan (zie ook: https://softenon.nl/over-softenon/geschiedenis/).
 
27 november 1961
Na veel (merendeels) intern (niet vrijgegeven) gedoe haalt de fabrikant van softenon het middel van de markt.
 
16 december 1961
(Op het moment dat het kalf al lang verdronken is) wordt voor het eerst het ‘mogelijke’ verband tussen softenon gebruik en ernstige lichamelijke afwijkingen bij geboorte ter sprake gesteld in een gerenommeerd (veel gelezen) medisch tijdschrift. Het duurde dus iets van acht jaar voordat een gerenommeerd medisch tijdschrift het aandurfde om hierover een beschouwing te publiceren. 
Je vraagt je af waarom dat zo lang heeft moeten duren. 
Acht jaar! 
En dat terwijl het risico om zonder armen of benen geboren te worden toch wel extreem zeldzaam was voordat softenon op de markt kwam. Waren de dokters blind in die tijd? Of durfden de gerenommeerde medische bladen niet kritisch te schrijven over een geneesmiddel dat destijds een goudmijn was voor de farma? Of beiden?
 
(Het is in zoverre interessant dat de fabrikant wel excuses heeft aangeboden maar nooit [tot aan de dag van vandaag dd mei 2026] verantwoordelijkheid heeft genomen voor het verspreiden van het middel onder zwangere vrouwen. Er zijn een aantal rechtszaken geweest, maar deze hebben nooit tot een uitspraak geleid [deze zaken zijn geschikt of afgekocht zoals dat heet]. Feitelijk gezien kan niemand verantwoordelijk worden gesteld voor het softenon schandaal, nu toch ook al bijna 75 jaar geleden gebeurd.)
 
11 Maart 2002
Prins Claus wordt plots onwel op Huis ten Bosch en vervoert naar het AMC waar de afdeling cardiologie wordt schoongeveegd (alle opgenomen patienten worden naar een andere afdeling verplaatst), waarna de cardiologen van die afdeling volledig de tijd hebben om de onwelheid van de prins te onderzoeken en behandeling te starten.
 
16 maart 2002
Kranten publiceren dat er longembolieën zijn vastgesteld bij Prins Claus. Wat is er in de tussenliggende vier dagen gebeurd? – Hierover meldden de kranten niets. Journalisten vragen er ook niet naar. De BVD zegt ook niks. Ik weet echter dat de Prins vier dagen was onderzocht op zijn hart, de cardiologen geen hartaandoening konden vinden, er toen, uit wanhoop, de internist van dienst er bij haalden die, u weet het al, longembolieën vaststelde. Nou is longembolie een acute ziekte die, als je het niet direct behandeld met antistollingsmedicijnen, veel restschade oplevert en (als je maar lang genoeg wacht) dodelijk is. Les die ik hieruit trok (toen ik in 2007 het verhaal voor het eerst hoorde, stiekem, op een stollingscongres door dokters die er in 2002 (op die afdeling cardiologie in het AMC) bij waren geweest, hierover met wijn overspoeld op congressen besmuikt spraken) is 
1) Artsen doen aan kokerzien en blindstaren, 
2) Niemand is veilig voor het kokerzien en blindstaren van artsen (zelfs de Koninklijke familie niet), 
3) mondje dicht als er een medische fout wordt gemaakt (mogelijk alleen te ondermijnen op congressen en symposia waar dronken dokters eerlijk zijn als ze spreken tegen hun minderlingen).*
 
*Uiteraard heb ik deze geschiedenis eerst aan het koningshuis gemeld, alvorens het hier te plaatsten. Maar zoals gebleken is, is deze melding nooit serieus genomen door de lakeien van de koning: dit zijn zij die de brieven en mails en telefoonberichten voor de koning eerst lezen en duiden alvorens deze berichten evt aan de koning voor te leggen. Deze lakeien hebben hoogstwaarschijnlijk mijn brieven/mails/telefoonberichten rechtstreeks in de prullenbak gegooid. Dat is: ik heb nooit iets van het koningshuis over deze melding terug gehoord. 

24 maart 2003
Lucia de B. wordt door de rechtbank in Den Haag veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor de moord op vier patiënten in het Juliana Kinderziekenhuis te Den Haag. Ik werk op dat moment als co-assistent op de eerste hulp van dat dat ziekenhuis en hoor de chef de clinique in euforische stemming tegen iedereen die op EHBO zit zeggen dat ‘Lucia de Berk levenslang heeft gekregen!’ Lucia de B zei mij niks (ik had in die tijd andere shit te verwerken). Achteraf blijkt hier met behulp van kokerzien en blindstaren van artsen er ditmaal een onschuldig iemand tot levenslang te zijn veroordeeld. Het is opmerkelijk dat deze zaak uiteindelijk is opgelost, maar dat heeft meer te maken met de aanhoudendheid van (verguisde) klokkenluiders dan dat de medische wereld zelf de hand in eigen boezem stak en erkende dat ze wat te voorbarig een verkeerde ‘diagnose’ hadden gesteld ic Lucia de Berk.
 
April 2004
Ik ben co-assistent op de afdeling orthopedie van een academisch ziekenhuis. De jonge-klare orthopeed vertelt mij dat hij een ‘gave operatie’ (zijn woorden) gaat uitvoeren bij een (verstandelijk gehandicapte) man van rond de dertig jaar: het verwijderen van een zogenoemde reusceltumor, een goedaardige zwelling die in het ruggemerg van deze man is aangetoond. De dag daarop ben ik aanwezig bij de operatie die uitgevoerd wordt door de orthopeed tezamen met de neurochirurg van dienst. De operatie gaat niet voorspoedig. Er ontstaat ruzie tussen de orthopeed en neurochirurg. De ruzie gaat over het feit wie er eigenlijk gezegd heeft of deze man een reusceltumor heeft! -De neurochirurg concludeert dat er geen reusceltumor is en dat de afwijkingen in het ruggemerg die gevonden waren op de rontgenfoto bij deze man hoorden (anatomische variatie). De volgende dag vind ik die man huilend in zijn bed terug. Hij blijkt incontinent te zijn geworden en kan zijn benen niet meer bewegen; een complicatie van de operatie. Het operatie verslag vermeldt dat de reusceltumor niet meer aanwezig is. Dat er geen reusceltumor was (en dat deze man dus onnodig schade is aangedaan door orthopeed/neurochirurg) vermeldt het verslag niet en wordt ook als zodanig niet aan deze (verstandelijk beperkte man) vertelt. Wederom kokerzien en blindstaren en mondje dicht.
 
2009-2010
Ik kom er achter dat het hoofd van de afdeling waar ik destijds als arts werkte steekpenningen van de farma aanneemt voor het geven van een (naar blijkt) inferieur medicijn aan patiënten met bloedingsproblemen. Ik meld dit aan het hoofd van de afdeling (die er niets van wil weten), meld vervolgens aan de Raad van Bestuur van dat ziekenhuis, moet bakzeil halen (of anders ontslag op staande voet met een boete), haal bakzeil (stem in met zwijgen) en neem mijn ontslag. Hier kunt u dat verhaal lezen.
 
2013-2015
Over deze jaren moet ik zwijgen.
 
Toch heb ik er iets over geschreven. Over de vraag of je ter meerdere eer en glorie van een academisch ziekenhuis (dat zonder kinderafdeling zich niet langer een academisch ziekenhuis mag noemen) een kinderafdeling open mag houden, terwijl je weet dat op die afdeling kinderen doodgemarteld worden.
 
2020 ev
Covid was een aanleiding, niet een oorzaak waarom ik niet langer zwijg over de medische nalatigheid die ik deels in mijn eigen (20-jarige) medische carriere vrijwel constant heb mogen zien (maar waar ik over moest zwijgen) en die tot aan de dag van vandaag aanhoudt en waar u, ofschoon u wellicht anders bent genegen om het te zien, ook slachtoffer van bent, wordt of gaat worden. Immers, medische fout=doodsoorzaak nummer 3 in de Westerse wereld.
 
Kan iemand deze waan van de dag, waarin wij geacht worden te denken dat de medische wereld onze vriend is in tijden van nood, en dat ook wel oprecht wil zijn, maar waarbij oprechtheid en waarheid verward worden omdat niet alles wat oprecht beleden wordt -als het kokerzien en blindstaren wat u telkens weer in mijn tijdslijn kunt teruglezen als het probleem binnen de Geneeskunde- waarheid hoeft te zijn.
 
Ik weet niet hoe het met u is. Maar nadat ik bovengenoemde tijdslijn had opgeschreven en herlezen, moest ik er wel even van bijkomen. Ziet u mij maar even een luchtje scheppen, in het mooie Pinksterweer van 2026, waarna ik dit betoog (al weer) fragmentarisch een vervolg geef door het volgende te zeggen:
 
Hieronder staan fragmenten uit vier briefwisselingen waarin ik spreek
 
Met een Arts
Met een Wetenschapper
Met een Collega
Met een Journalist
Met een Politicus
 
En waarbij bovengenoemde tijdslijn (van zien, horen, zwijgen) telkens terug komt, maar dan in een enkele persoon en niet in een tijdsbeeld. Ik vind het een krachtige methode om aan te tonen dat -hoe ik ook naar het Medisch Bestel kijk-, ik telkens weer het krampachtige volhouden zie van mensen die beter zouden moeten weten, maar niet beter weten en daardoor een systeem in stand houden waarbij medische fout toch wel altijd hoog op de ranglijst van mogelijke doodsoorzaken zal blijven eindigen als doodsoorzaak. De brieven in hun geheel publiceren gaat niet om privacy-overwegingen (ik probeer het anoniem te houden).* Mocht er ooit vanuit juridische overwegingen gevraagd worden om deze brieven te leveren voor een politie-, geschiedkundig of parlementair onderzoek, dan neem ik aan dat mensen mij wel weten te vinden.
 
*Eerlijk duurt het langst: Dat ik om privacy overwegingen niet de volledige briefwisselingen in het betoog heb gestopt, is wel de hoofdzaak, maar ik doe het ook om veel gebazel en onwaarheid van yours truly te schrappen. Ik ben geen man uit een stuk. Soms zit ik er ook goed naast (als ik vrij denkend sceptisch naar anderen toe ben). 
 
Uit een brief naar een Arts
 
[L]uister anders nog eens naar mijn laatste podcast met Wybren van Haga waarin ik je gedrag gelijkstel met een automobilist die, uiteraard, per ongeluk een aanrijding veroorzaakt om daarna doelbewust door te rijden en er mee weg denkt te komen door tot aan het graf toe te zwijgen. Kies je strategisch en rijd je ook door? Of zet je een pas op de plaats en ga je eindelijk aan het grote publiek melden wat je in 2020 hebt gedaan en waarom je dat hebt gedaan?
 
Aan jou die keuze.
 
Uit een brief naar een Wetenschapper
 
Het is het probleem van interpretatie. Beelden (en woorden) kunnen dubbelzinnig zijn. En als die dubbelzinnigheid bestaat (ik hoop dat we het daarover eens kunnen worden) dan wordt vaak allereerst de keus gemaakt om de beelden/woorden vanuit de conventional wisdom te bezien (conform Galbraith’s definitie van wat conventional wisdom is). Maar een wetenschapper moet boven die conventional wisdom staan en beschrijven wat is. Die kans ligt er nog steeds, het is een schot voor open doel voor de academie, maar waarvan ik vrees dat de academie denkt dat ze een eigen doelpunt scoort als ze met mij (en vele anderen) inzien dat covid=griep+medische nalatigheid. En ja, dat inzicht is zeker pijnlijk voor een aantal academische experts die zo lang de conventional wisdom van wat covid is binnen de media hebben gepresenteerd. Maar wetenschap hoort zelfreinigend te zijn en het zou een geweldige opsteker zijn als we daar samen een invulling aan kunnen geven.
 
Uit een brief naar een collega
 
Nu verwacht ik niet van jou een covid ontkenner te maken. Een openlijke schuldbekentenis zal voor je collega’s en leidinggevenden (naar ik wel zeker weet) een reden zijn om je zachtjes naar de uitgang te drukken, niet heel anders dan mij is overkomen. In de poppenwereld dient namelijk alles te gaan zoals het hoort te gaan, en opstandige zelf denkende en terug sprekende poppen horen daar niet bij. 
 
Toch kan ik me niet anders voorstellen dat jij toch ook hebt lopen woelen op het moment dat er uit de vergelijking risico trombose bij vliegreizen cases vs rdd controles een odds ratio van 1.00 tevoorschijn kwam. Als je dat met de wereld had willen delen… maar dat kon en kan helemaal niet. Dat zou de stollingswereld op zijn kop hebben gezet. Dat zou de rustige rust hebben verstoord! Het zou wel een verklaring geven waarom lang stilzitten ook niet de stolling doet verhogen, alsook hypobare hypoxie (hoogte) de stolling niet doet verhogen, zoals je hebt aangetoond (en wel gepubliceerd), maar waarbij je de knieval naar amice collegae maakt door te zeggen dat je je eigen resultaten niet gelooft. Dit is tragisch, maar heel herkenbaar. In Groningen deed ik niet anders.
 
Lees anders eens dit stuk, een artikel in Clinical Chemistry dat onderdeel van mijn promotie was, en waarin ik een soortgelijke odds ratio van veneuze trombose bij vliegen van 1.00 vond en er alles aan deed om dat maar niet te hoeven erkennen! 
 
https://academic.oup.com/clinchem/article-abstract/54/7/1226/5628597
 
En waarom ik dat niet wilde erkennen? -Omdat ik daarmee de hele HIV wetenschappelijke wereld in het harnas had gejaagd! Wat overigens niet was gebeurd, ook al had ik het geprobeerd, want wat ik zag lag zo ver van het conventionele af dat geen tijdschrift het had aangedurfd om het te publiceren. Wat ik toen had moeten doen, was de wetenschappelijke wereld verlaten. Maar ik durfde dat niet in 2008, ik had het te veel naar mijn zin! Het ging me te makkelijk af, zeg ik achteraf. Wat er werkelijk gebeurde, en wat dat artikel werkelijk zag, beschrijf ik in het boek Groningen op HS27-29. Het maximale wat ik ervan durfde te erkennen of kon erkennen was de volgende stelling die ik in mijn proefschrift opnam:
 
‘Raadselachtig is het moment waarop een stelling zijn veronderstelling verliest.’
 
Maar daar is niks raadselachtigs aan, durf ik nu wel te zeggen. Een stelling verliest zijn veronderstelling als het geloof in de stelling belangrijker wordt gevonden dan de veronderstelde wetenschap die er aan ten grondslag hoort te liggen maar er niet ligt. Dat is de academie ten voeten uit. Een luchtkasteel dus. Of een poppenhuis om de voorgaande vergelijkingen in stand te kunnen houden: iets wat op iets lijkt, maar wat het niet is!
 
Uit een brief naar een journalist
 
Dat ik in de causale keten niet elke schakel hoef te ontkrachten om te laten zien dat iets niet zo is, heb ik uitgelegd via Carl Sagan, iemand die we volgens mij beiden waarderen. Zo probeerde ik vriendelijk aan je uit te leggen dat wie een waarheid verkondigt niet alleen een aantal schakels in een causale keten moet aantonen, maar alle schakels, inclusief de zwakste schakel moet aantonen dat die schakel bestaat. Het op die manier aan je uitgelegd krijgen is me niet gelukt, maak ik uit je reactie op.
Hier zie je het probleem van de causale keten (voor het aantonen van bewijs dat iets bestaat) in een plaatje
 
Then a Miracle Occurs” Blends Art and Science in Teaching
 
Ik kan het ook via de causale keten van het al dan niet bestaan van Sinterklaas aan je uitleggen. Dat komt minder vriendelijk over (kinderen geloven in Sinterklaas, volwassenen natuurlijk niet), maar is wel gebaseerd op dezelfde keten van het covid geloof en ik bedoel het heel vriendelijk. 
 
Daar gaan we:  
Sinterklaas woont in Spanje (schakel 1), gaat elke jaar rond 5 jaar december met zijn boot naar Nederland (schakel 2), loopt dan met zijn paard over de daken (schakel 3) en geeft kinderen allerlei cadeautjes die hij via een Pietensysteem in de huiskamer krijgt (schakel 4).
 
Nou heb ik eigenhandig en bewijsbaar uitgevonden dat schakel 4 niet bestaat. Dat wil zeggen, ik heb overtuigend aangetoond dat schakel 4 de moeder van het kind is die voor het naar bed gaan cadeautjes in de huiskamer legt die ze zelf in de speelgoedwinkel heeft gekocht. Met andere woorden: schakel 4 is de zwakste (niet bestaande) schakel in het geloof van Sinterklaas. Sinterklaas bestaat niet. 
 
Wat jij zegt: Nee, nee Willem, je hebt niet laten zien dat schakel 1-3 onwaar is, en daarom bestaat Sinterklaas toch!
 
Ik kan me maar moeilijk voorstellen dat je dit echt gelooft, maar zoals dat met geloof gaat: geloof is meestal sterker dan de werkelijkheid, dus wie weet! 
 
Covid is net zo'n Sinterklaas. Jij zegt (in schakel 3: =de zwakste schakel):    
'Hoe verklaar je dat er overal mensen massaal dezelfde fysieke klachten kregen in associatie met een positieve test, in het ziekenhuis belandden en doodgingen'
 
Ik zeg: dat komt omdat deze fysieke klachten precies hetzelfde zijn als de fysieke klachten van (oa) longembolie: een levensgevaarlijke ziekte die acuut in het ziekenhuis behandeld moet worden met antistolling, iets wat artsen in 2020 aantoonbaar nalieten op tijdstip van sarscov2/ernstige covid diagnose (Ten overvloede: hier hoor je het een longembolie diagnose goeroe zelf verkondigen op Nieuwsuur). Daarmee heb ik aangetoond dat covid niet bestaat. 
 
Uit een brief naar een politicus
 
Ooggetuige verslagen kunnen de wereld ten goede veranderen. Douwes Dekker deed het, Zola deed het, Upton Sinclair deed het, Sinclair Lewis deed het: rücksichtslos de waarheid laten zien van het kolonialisme, de kolenmijnen, de vleesindustrie, de kleinburgelijke Amerikaanse gemeenschap, maar wel in samenspraak met dat wat eigenlijk al in de toekomst stond beschreven (een verbetering van al die toestanden die deze schrijvers in hun boeken beschreven). Zo is dat ook met mijn verhaal. De verbetering ligt hem in AI. Al die alwetende dokters en wetenschappers zijn niet meer nodig, moeten verdwijnen, iets anders gaan doen. Niet dat ik denk dat je dankzij een computer het geloof van mensen in autoriteit kunt weghalen- het geloof in autoriteit zal wel altijd blijven bestaan- maar wel dat je dmv een computer (AI) de MORONA, de hybris, uit het medische systeem, kunt krijgen, wat goed is voor de algemene gezondheid. Mijn voorbeeld over hoe artsen zich het hoofd gek laten maken dmv een nieuw (covid) protocol waardoor ze alle symptomen van andere ziekten (waaronder longembolie) vergeten, daar zou AI geen last van hebben. AI is de toekomst. Automatisering gaat ons veel goeds brengen. De autoriteit zal een nieuwe plek moeten vinden, waarschijnlijk ergens in het psychologische, in het sociale, zoals die goeroes op YouTube (bv Giel Beelen, Bram Bakker, etc) nu al prediken en welke goeroes veel navolging vinden. Ik vind dat allemaal heel goed, een goede vooruitgang, minder gevaarlijk! Maar om dat te bespoedigen zal mijn boek toch wel bij een uitgever moeten liggen, waar het cultureel supplement van de krant niet omheen kan om het te bespreken. Ik heb een kruiwagen nodig.
 
In 2025 is de politieke partij BVNL zo vriendelijk geweest om delen van mijn (in de maak zijnde) roman: -Het Medische Bestel- op haar website te zetten. Ik heb de roman inmiddels volledig af en zal deze de komende tijd op mijn blog plaatsen. Ik besef me dat er altijd nog wel wat aan verbeterd kan worden. Tante Betjes, dietjes voor datjes, kromme zinnen, het staat er allemaal nog in en het mag er allemaal uitgehaald worden. Maar zolang geen uitgever het aandurft om die roman van mij stilistisch in orde te maken en te publiceren, zal de wereld het moeten doen met dit unieke verhaal (met kromme zinnen) in deze ‘ruwe’ vorm (demo) waarin ik mijn leven in de medische wereld -looptijd 2002 t/m 2025- uit de doeken doe.
 
 

Reacties

Populaire posts van deze blog