Geneeskunde
is dat
Een van de
voordelen van het nakomertje zijn (ik heb twee oudere zussen), is dat je al op
zeer jonge leeftijd met je neus op de feiten wordt gedrukt. Ik moest wel mee
gaan met de feiten waaromheen mijn oudere zussen het gezin gestalte
gaven. Een van die feiten was Doe Maar. Altijd hoorde ik maar Doe Maar. Als
jongetje die wilde praten, wilde meepraten, wilde meedoen aan dat wat in het
gezin belangrijk werd gevonden, zong ik de liedjes van Doe Maar na. Ik kende de
liedjes uit mijn hoofd. Ik speelde hun albums, op de achterbank, met mijn
walkman op, opgenomen op mijn TDK cassettebandje, af, deed dat een keer of 20
achter elkaar, en toen waren we op onze vakantiebestemming in Zuid Frankrijk
(waar het toen net zulk goed weer was als nu [eerste Pinksterdag 2026] in
Nederland en wat wel de reden zal zijn waarom juist deze herinnering bij mij nu
omhoog komt, maar dat terzijde). Ernst Jansz, oprichter van de band Doe Maar -één
van de weinige artiesten die het goed had vanaf het begin van de pandemie, daarvoor uit kwam en
als dank voor deze vertoonde dienst door de media werd gemarginaliseerd- hij
zong op 15 juni 2020 het volgende lied waaruit ik een
couplet haal:
De naakte
waarheid strompelt voort
Van huis en haard verjaagd
Zo rammelt zij aan elke poort
Maar geen mens die haar verdraagt
Nee geen mens die haar verdraagt
In 2020 was ik
42 jaar oud. De tekst begreep ik toen nog niet goed. Ik voelde de tekst wel
aan. Ergens wist ik dat de tekst goed was.
Zo was dat ook
met die oude, jaren 80 Doe Maar liedjes - waarvan het toch eigenlijk tragisch
is dat Ernst Jansz vooral herinnerd wordt vanwege zijn Belle Helene (hoogste
notering in de Top 2000 van Doe Maar waarbij de schrijver van de tekst Ernst
Jansz is). Het geeft maar weer eens aan hoe belangrijk het is, als artiest
zijnde, dat je het best herinnerd wordt aan je slechtste publicaties. Over
smaak valt te twisten, maar van pedofilie (waar het nummer Belle Helene over
gaat) ben ik geen voorstander. Toch heb ik ook dat liedje meegezongen, ken het
nog steeds uit mijn hoofd en een meisje van 17 (waar de dertig plusser Jansz
over zong), nou ach: dat was in die tijd voor mij toch ook al een hele
volwassen vrouw. De pedofilie heb ik er pas later uitgehaald.
Ik was toen Doe Maar de hitlijsten besteeg met Belle Helene nog erg jong.
Maar dat heb ik
u al verteld.
Een van de Doe
Maar liedjes, die mijn zussen en ik niet van moeder thuis mochten draaien, was
het nummer Heroïne, ook geschreven door Jansz, datum van uitgave 1983. Er werd
namelijk in gescholden. Het woord G*dverdomme, kwam er nogal vaak in voor. En
dus luisterde ik naar dat nummer -op mijn cassetterecorder of walkman-, met de
geluidstandstand op zacht. In 1983 begreep ik ook die tekst nog niet goed. Ik
voelde de tekst wel aan. Ergens wist ik dat de tekst goed was.
Ik was vijf
jaar oud.
Ik zei toch dat
ik er vroeg bij was?
Toch was ik in
die tijd te jong om te begrijpen waar de liedjes van Doe Maar over gingen. De
tragiek van Doe Maar in die tijd, was dat ze als mannen van 30 plus die over
hun mannelijke onzekerheid zongen, tegenover een (veelal) veel te jong meisjes
publiek stonden. Ook mijn zussen waren toen nog jong, maar wel een stuk ouder
dan ik. Ik zal het leeftijdsverschil hier niet noemen. Toch denk ik wel eens:
heeft de hypnopedia (=het eindeloos afluisteren van teksten op een
leeftijd dat je de tekst nog niet kunt begrijpen, en een begrip uit de roman Brave
New World) er voor gezorgd dat ik vroeg wijs was?
Mag ik blij zijn dat ik ben opgegroeid in een tijd dat muziekteksten nog ergens over gingen?
-Wat kan ik zeggen?
Alles beter dan Acda en de Munnik’s ‘Ik ben mezelf niet of nooit geweest’, of de ‘Watskeburt’ waar De Jeugd van Tegenwoordig het mee moet doen. Ik heb een rijke opvoeding gehad. Doe Maar heeft me geholpen in mijn opvoeding. Misschien niet al op mijn vijfde. Die vakantieherinnering die hierboven staat, komt uit 1990, toen was ik niet 5, maar 12 jaar oud; een wat waarschijnlijkere leeftijd dat muziekteksten invloed op je (gaan) hebben. Wat ik wil zeggen is dit: ik ben blij dat ik ben opgegroeid in een tijd dat muziekteksten nog ergens over gingen.
Maar mijn
ouders waren natuurlijk de belangrijkste bron van mijn opvoeding, wat reden is
dat ik de songtekst van Heroïne, hier nog steeds niet durf te benoemen. Er
wordt namelijk in gevloekt, en vloeken, dat mag niet (van mijn ouders). Voor
wie het nummer niet kent, ik zet de stand voor u op zacht en laat u de tekst hier lezen.
Deze lange
inleiding had ik nodig om de titel van dit betoog aan u te verklaren.
Aan een blogger schreef ik het volgende:
‘Wat ik bij
het schrijven van dit betoog telkens voor ogen heb gehouden, is de analogie van
het systeem met een verslavend middel (alcohol, heroïne) dat het karakter van
een persoon kan doen veranderen. Zoals elke analogie nooit precies is, ben ik
misschien te goed van vertrouwen door te denken dat al die personen die ik
beschrijf inherent goed zijn (maar van karakter zijn veranderd door het
systeem), maar het verklaart toch wel veel (vind ik) van het getoonde gedrag
van academici en anderen die in dat systeem verankerd zitten. Ook is (net als
met drugs/alcohol) de enige mogelijkheid om uit dat systeem te geraken, een
totale afwijzing van dat systeem. Of de academie/media/politiek al zo ver is,
durf ik te betwijfelen, maar waar(achtig) is het wel, wat het geschrevene (naar
ik aanneem) interessant maakt.’
Wat daar staat
is niets meer dan Ernst Jansz’ Heroïne. Alleen heet de heroïne in dit betoog
niet heroïne, maar Geneeskunde.
Hieronder staat
een fragment uit een brief naar een oud-collega, waarbij ik wederom Ernst Jansz’
template van Heroïne heb gebruikt, maar ingevuld met mijn eigen woorden:
‘Het punt
is, en ik wil dit goed zeggen: ik veracht jou niet. Ik veracht wel het
academisch systeem waarin verwacht wordt dat je er letterlijk alles voor
over moet hebben om aan te sluiten bij de waan van de dag, jaar, eeuw, al is
het door te liegen en te bedriegen. Dat is wat ik veracht. Ik heb je genoeg
voorbeelden gegeven waaruit je kunt halen dat ik mezelf niet verheven acht
boven jouw gedrag. Ook ik heb gelogen om te voldoen aan de waan van de dag (zie
vorig bericht). Ik ben blij dat ik dat niet meer doe!
Ik vraag te
veel van je denk ik. Jij zit nog in dat systeem, en denkt dat je het nodig
hebt. Maar schoonheid, waarachtigheid, eerzaamheid zit hem niet in een beleefd
applaus of een eerbiedwaardige functie in een systeem. Het zit hem in het
nastreven van waarheid en daarover altijd eerlijk zijn, ook al betekent dat
(als ik heb laten zien) dat je dan niet meer met het academische spelletje mag
mee doen. So be it!’
Dit betoog is
fragmentarisch. Ik vertel u dingen die zo maar in mij opkomen, en doe alsof u
mij volkomen begrijpt. Maar of u mij uit dat fragmentarische kunt begrijpen,
dat is maar de vraag. Niet iedereen kan dat.
Van huis en haard verjaagd
Zo rammelt zij aan elke poort
Maar geen mens die haar verdraagt
Nee geen mens die haar verdraagt
Ik was toen Doe Maar de hitlijsten besteeg met Belle Helene nog erg jong.
Mag ik blij zijn dat ik ben opgegroeid in een tijd dat muziekteksten nog ergens over gingen?
-Wat kan ik zeggen?
Alles beter dan Acda en de Munnik’s ‘Ik ben mezelf niet of nooit geweest’, of de ‘Watskeburt’ waar De Jeugd van Tegenwoordig het mee moet doen. Ik heb een rijke opvoeding gehad. Doe Maar heeft me geholpen in mijn opvoeding. Misschien niet al op mijn vijfde. Die vakantieherinnering die hierboven staat, komt uit 1990, toen was ik niet 5, maar 12 jaar oud; een wat waarschijnlijkere leeftijd dat muziekteksten invloed op je (gaan) hebben. Wat ik wil zeggen is dit: ik ben blij dat ik ben opgegroeid in een tijd dat muziekteksten nog ergens over gingen.
Maar ik ben dan ook niet een
allemansvriend.
Een van de
problemen die ik - zo lang ik me kan heugen- bijna dagelijks meemaak als
ik vertel waar ik over denk, is dat mensen mij niet kunnen volgen omdat ze het
beginpunt van waaruit ik mijn vertelsel laat plaatsvinden niet als beginpunt
zien van hun tijdslijn. Zonder kloppen een huis binnenstappen, is wat ik doe als
ik vertel waarover ik denk, waardoor mensen zich overvallen kunnen voelen. Wat
de reden is dat ik eigenlijk niet zo vaak vertel waarover ik denk. Ik wil
mensen niet laten schrikken, alsof ze in hun eigen huis overvallen worden door
iemand als ik.
Een
tijdslijn van hoe ik heb geleerd om dat (wat ik voorheen als geneeskunde
beschouwde) te zien als een vloek.
1871:
Multatuli stelt zich in zijn boek over specialiteiten beschikbaar als politicus in de tweede kamer. Hij wil, schrijft hij, vier problemen -die in de samenleving spelen- bestrijden, waaronder:
De dwang en
drang rondom het injecteren van vaccin.
Multatuli
waarschuwde in deze verhandeling (over de experts uit zijn tijd) dat artsen en
wetenschappers blindelings vasthielden aan bepaalde ideeën zonder dat dit
voldoende werd doorgrond of onderzocht. Bovendien streed hij principieel tegen
onnodige inperkingen van de persoonlijke en lichamelijke vrijheid.
1871, dames en
heren!! Ik heb de kritiek van Nederlands grootste schrijver (laat het Multatuli
niet horen, schrijverij was hoererij, vond Multatuli) niet uit de dagbladen
van 2020 kunnen halen, maar had het geluk dat ik dit betoog in 2007 voor 5 euro
bij de antiquair had aangeschaft en zijn pleidooi heb onthouden.
1872:
Publicatie van de (fictieve) roman Erewhon (anagram van Nowhere of Here Now) door Samuel Butler waar hij op satirische wijze de maatschappij uit zijn tijd op de hak neemt, onder andere door mensen die niet gezond zijn tijdelijk in quarantaine te plaatsten in (merendeels) sterfhuizen waar de samenleving de ogen voor sluit, om zodoende als samenleving gezond te blijven. Kortom, ziekte wordt beschouwd als niet horende binnen de samenleving. Ziekte is anders.
1910:
Flexner Report, waarbij een zekere Abraham Flexner, in samenwerking met een zekere Gates (geen familie van, zover ik weet), publiceert dat de Geneeskunde zich moet ontwikkelen via de wetenschappelijke methode zoals die vorm is gegeven in het laboratorium van Pasteur, Koch en consorten. Het rapport heeft verreikende invloed, niet in het minst omdat het een probleem oplost van de Geneeskunde uit de 19e eeuw waarbij de arts een PR probleem had (erg serieus werd hij niet genomen) en die bovendien geen monopolie had op geneeswijzen. De opleiding Geneeskunde wordt geprofessionaliseerd, oa door alleen universiteiten waarbij het laboratorium de beginplaats voor het onderzoeken van ziekte en kuren subsidie krijgt en de geldstromen voor universiteiten waar natuurgeneeswijzen en homeopathie de boventoon voeren worden dichtgedraaid. Voor wie hier meer over wil lezen (het is interessante materie, maar wel een beetje saai geschreven), hier vindt u E. Richard Brown’s verhandeling (en laat u niet afschrikken door de titel van het boek).
1926:
Publicatie van de (fictieve) roman Arrowsmith van Sinclair Lewis. In dit boek volgt de lezer de jonge en bevlogen arts-wetenschapper Martin Arrowsmith, die er gedurende zijn carrière achterkomt dat het laboratorium en de wetenschappelijke methode alleen ingezet wordt om geneesmiddelen te patenteren (dat levert geld op, niets anders doet ter zake). Dat daarvoor de wetenschappelijke methode wordt verkracht, merendeels door collega’s die geen benul hebben van wat wetenschap is, en die bijvoorbeeld wetenschappelijke experimenten uitvoeren zonder controlegroep of waarbij de controlegroep halverwege een experiment om ‘ethische redenen’ werd opgeheven, wordt gegeven als een feit, zoals (als u heeft opgelet) het ook in 2020-21 een feit was dat de vaccin trials hun controlegroepen kwijtraakten en wij dus nu niet weten (ondanks alle PR en miljarden aan uitgaven aan covid vaccins) of deze vaccins nou wel of niet veilig en effectief zijn.
1953
Thalidomide (softenon) wordt gepatenteerd als middel dat zwangerschapsmisselijkheid zou tegengaan (zie ook: https://softenon.nl/over-softenon/geschiedenis/).
27 november
1961
Na veel (merendeels) intern (niet vrijgegeven) gedoe haalt de fabrikant van softenon het middel van de markt.
16 december
1961
(Op het moment dat het kalf al lang verdronken is) wordt voor het eerst het ‘mogelijke’ verband tussen softenon gebruik en ernstige lichamelijke afwijkingen bij geboorte ter sprake gesteld in een gerenommeerd (veel gelezen) medisch tijdschrift. Het duurde dus iets van acht jaar voordat een gerenommeerd medisch tijdschrift het aandurfde om hierover een beschouwing te publiceren.
Multatuli stelt zich in zijn boek over specialiteiten beschikbaar als politicus in de tweede kamer. Hij wil, schrijft hij, vier problemen -die in de samenleving spelen- bestrijden, waaronder:
Publicatie van de (fictieve) roman Erewhon (anagram van Nowhere of Here Now) door Samuel Butler waar hij op satirische wijze de maatschappij uit zijn tijd op de hak neemt, onder andere door mensen die niet gezond zijn tijdelijk in quarantaine te plaatsten in (merendeels) sterfhuizen waar de samenleving de ogen voor sluit, om zodoende als samenleving gezond te blijven. Kortom, ziekte wordt beschouwd als niet horende binnen de samenleving. Ziekte is anders.
Flexner Report, waarbij een zekere Abraham Flexner, in samenwerking met een zekere Gates (geen familie van, zover ik weet), publiceert dat de Geneeskunde zich moet ontwikkelen via de wetenschappelijke methode zoals die vorm is gegeven in het laboratorium van Pasteur, Koch en consorten. Het rapport heeft verreikende invloed, niet in het minst omdat het een probleem oplost van de Geneeskunde uit de 19e eeuw waarbij de arts een PR probleem had (erg serieus werd hij niet genomen) en die bovendien geen monopolie had op geneeswijzen. De opleiding Geneeskunde wordt geprofessionaliseerd, oa door alleen universiteiten waarbij het laboratorium de beginplaats voor het onderzoeken van ziekte en kuren subsidie krijgt en de geldstromen voor universiteiten waar natuurgeneeswijzen en homeopathie de boventoon voeren worden dichtgedraaid. Voor wie hier meer over wil lezen (het is interessante materie, maar wel een beetje saai geschreven), hier vindt u E. Richard Brown’s verhandeling (en laat u niet afschrikken door de titel van het boek).
Publicatie van de (fictieve) roman Arrowsmith van Sinclair Lewis. In dit boek volgt de lezer de jonge en bevlogen arts-wetenschapper Martin Arrowsmith, die er gedurende zijn carrière achterkomt dat het laboratorium en de wetenschappelijke methode alleen ingezet wordt om geneesmiddelen te patenteren (dat levert geld op, niets anders doet ter zake). Dat daarvoor de wetenschappelijke methode wordt verkracht, merendeels door collega’s die geen benul hebben van wat wetenschap is, en die bijvoorbeeld wetenschappelijke experimenten uitvoeren zonder controlegroep of waarbij de controlegroep halverwege een experiment om ‘ethische redenen’ werd opgeheven, wordt gegeven als een feit, zoals (als u heeft opgelet) het ook in 2020-21 een feit was dat de vaccin trials hun controlegroepen kwijtraakten en wij dus nu niet weten (ondanks alle PR en miljarden aan uitgaven aan covid vaccins) of deze vaccins nou wel of niet veilig en effectief zijn.
Thalidomide (softenon) wordt gepatenteerd als middel dat zwangerschapsmisselijkheid zou tegengaan (zie ook: https://softenon.nl/over-softenon/geschiedenis/).
Na veel (merendeels) intern (niet vrijgegeven) gedoe haalt de fabrikant van softenon het middel van de markt.
(Op het moment dat het kalf al lang verdronken is) wordt voor het eerst het ‘mogelijke’ verband tussen softenon gebruik en ernstige lichamelijke afwijkingen bij geboorte ter sprake gesteld in een gerenommeerd (veel gelezen) medisch tijdschrift. Het duurde dus iets van acht jaar voordat een gerenommeerd medisch tijdschrift het aandurfde om hierover een beschouwing te publiceren.
Je vraagt je af waarom dat
zo lang heeft moeten duren.
Acht jaar!
En dat terwijl het risico om zonder
armen of benen geboren te worden toch wel extreem zeldzaam was voordat softenon
op de markt kwam. Waren de dokters blind in die tijd? Of durfden de gerenommeerde
medische bladen niet kritisch te schrijven over een geneesmiddel dat destijds
een goudmijn was voor de farma? Of beiden?
(Het is in
zoverre interessant dat de fabrikant wel excuses heeft aangeboden maar nooit [tot
aan de dag van vandaag dd mei 2026] verantwoordelijkheid heeft genomen voor het
verspreiden van het middel onder zwangere vrouwen. Er zijn een aantal
rechtszaken geweest, maar deze hebben nooit tot een uitspraak geleid [deze
zaken zijn geschikt of afgekocht zoals dat heet]. Feitelijk gezien kan niemand
verantwoordelijk worden gesteld voor het softenon schandaal, nu toch ook al
bijna 75 jaar geleden gebeurd.)
11 Maart
2002
Prins Claus wordt plots onwel op Huis ten Bosch en vervoert naar het AMC waar de afdeling cardiologie wordt schoongeveegd (alle opgenomen patienten worden naar een andere afdeling verplaatst), waarna de cardiologen van die afdeling volledig de tijd hebben om de onwelheid van de prins te onderzoeken en behandeling te starten.
16 maart
2002
Kranten publiceren dat er longembolieën zijn vastgesteld bij Prins Claus. Wat is er in de tussenliggende vier dagen gebeurd? – Hierover meldden de kranten niets. Journalisten vragen er ook niet naar. De BVD zegt ook niks. Ik weet echter dat de Prins vier dagen was onderzocht op zijn hart, de cardiologen geen hartaandoening konden vinden, er toen, uit wanhoop, de internist van dienst er bij haalden die, u weet het al, longembolieën vaststelde. Nou is longembolie een acute ziekte die, als je het niet direct behandeld met antistollingsmedicijnen, veel restschade oplevert en (als je maar lang genoeg wacht) dodelijk is. Les die ik hieruit trok (toen ik in 2007 het verhaal voor het eerst hoorde, stiekem, op een stollingscongres door dokters die er in 2002 (op die afdeling cardiologie in het AMC) bij waren geweest, hierover met wijn overspoeld op congressen besmuikt spraken) is
Prins Claus wordt plots onwel op Huis ten Bosch en vervoert naar het AMC waar de afdeling cardiologie wordt schoongeveegd (alle opgenomen patienten worden naar een andere afdeling verplaatst), waarna de cardiologen van die afdeling volledig de tijd hebben om de onwelheid van de prins te onderzoeken en behandeling te starten.
Kranten publiceren dat er longembolieën zijn vastgesteld bij Prins Claus. Wat is er in de tussenliggende vier dagen gebeurd? – Hierover meldden de kranten niets. Journalisten vragen er ook niet naar. De BVD zegt ook niks. Ik weet echter dat de Prins vier dagen was onderzocht op zijn hart, de cardiologen geen hartaandoening konden vinden, er toen, uit wanhoop, de internist van dienst er bij haalden die, u weet het al, longembolieën vaststelde. Nou is longembolie een acute ziekte die, als je het niet direct behandeld met antistollingsmedicijnen, veel restschade oplevert en (als je maar lang genoeg wacht) dodelijk is. Les die ik hieruit trok (toen ik in 2007 het verhaal voor het eerst hoorde, stiekem, op een stollingscongres door dokters die er in 2002 (op die afdeling cardiologie in het AMC) bij waren geweest, hierover met wijn overspoeld op congressen besmuikt spraken) is
1) Artsen doen aan
kokerzien en blindstaren,
2) Niemand is veilig voor het kokerzien en
blindstaren van artsen (zelfs de Koninklijke familie niet),
3) mondje dicht als
er een medische fout wordt gemaakt (mogelijk alleen te ondermijnen op
congressen en symposia waar dronken dokters eerlijk zijn als ze spreken tegen
hun minderlingen).*
Lucia de B. wordt door de rechtbank in Den Haag veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor de moord op vier patiënten in het Juliana Kinderziekenhuis te Den Haag. Ik werk op dat moment als co-assistent op de eerste hulp van dat dat ziekenhuis en hoor de chef de clinique in euforische stemming tegen iedereen die op EHBO zit zeggen dat ‘Lucia de Berk levenslang heeft gekregen!’ Lucia de B zei mij niks (ik had in die tijd andere shit te verwerken). Achteraf blijkt hier met behulp van kokerzien en blindstaren van artsen er ditmaal een onschuldig iemand tot levenslang te zijn veroordeeld. Het is opmerkelijk dat deze zaak uiteindelijk is opgelost, maar dat heeft meer te maken met de aanhoudendheid van (verguisde) klokkenluiders dan dat de medische wereld zelf de hand in eigen boezem stak en erkende dat ze wat te voorbarig een verkeerde ‘diagnose’ hadden gesteld ic Lucia de Berk.
Ik ben co-assistent op de afdeling orthopedie van een academisch ziekenhuis. De jonge-klare orthopeed vertelt mij dat hij een ‘gave operatie’ (zijn woorden) gaat uitvoeren bij een (verstandelijk gehandicapte) man van rond de dertig jaar: het verwijderen van een zogenoemde reusceltumor, een goedaardige zwelling die in het ruggemerg van deze man is aangetoond. De dag daarop ben ik aanwezig bij de operatie die uitgevoerd wordt door de orthopeed tezamen met de neurochirurg van dienst. De operatie gaat niet voorspoedig. Er ontstaat ruzie tussen de orthopeed en neurochirurg. De ruzie gaat over het feit wie er eigenlijk gezegd heeft of deze man een reusceltumor heeft! -De neurochirurg concludeert dat er geen reusceltumor is en dat de afwijkingen in het ruggemerg die gevonden waren op de rontgenfoto bij deze man hoorden (anatomische variatie). De volgende dag vind ik die man huilend in zijn bed terug. Hij blijkt incontinent te zijn geworden en kan zijn benen niet meer bewegen; een complicatie van de operatie. Het operatie verslag vermeldt dat de reusceltumor niet meer aanwezig is. Dat er geen reusceltumor was (en dat deze man dus onnodig schade is aangedaan door orthopeed/neurochirurg) vermeldt het verslag niet en wordt ook als zodanig niet aan deze (verstandelijk beperkte man) vertelt. Wederom kokerzien en blindstaren en mondje dicht.
Ik kom er achter dat het hoofd van de afdeling waar ik destijds als arts werkte steekpenningen van de farma aanneemt voor het geven van een (naar blijkt) inferieur medicijn aan patiënten met bloedingsproblemen. Ik meld dit aan het hoofd van de afdeling (die er niets van wil weten), meld vervolgens aan de Raad van Bestuur van dat ziekenhuis, moet bakzeil halen (of anders ontslag op staande voet met een boete), haal bakzeil (stem in met zwijgen) en neem mijn ontslag. Hier kunt u dat verhaal lezen.
Over deze jaren moet ik zwijgen.
Covid was een aanleiding, niet een oorzaak waarom ik niet langer zwijg over de medische nalatigheid die ik deels in mijn eigen (20-jarige) medische carriere vrijwel constant heb mogen zien (maar waar ik over moest zwijgen) en die tot aan de dag van vandaag aanhoudt en waar u, ofschoon u wellicht anders bent genegen om het te zien, ook slachtoffer van bent, wordt of gaat worden. Immers, medische fout=doodsoorzaak nummer 3 in de Westerse wereld.
Met een Wetenschapper
Met een Collega
Met een Journalist
Hier zie je het probleem van de causale keten (voor het aantonen van bewijs dat iets bestaat) in een plaatje
Sinterklaas woont in Spanje (schakel 1), gaat elke jaar rond 5 jaar december met zijn boot naar Nederland (schakel 2), loopt dan met zijn paard over de daken (schakel 3) en geeft kinderen allerlei cadeautjes die hij via een Pietensysteem in de huiskamer krijgt (schakel 4).
'Hoe verklaar je dat er overal mensen massaal dezelfde fysieke klachten kregen in associatie met een positieve test, in het ziekenhuis belandden en doodgingen'
Reacties
Een reactie posten