Over het wat, het hoe en het waarom van AI
 
Mijn beste tijd, lichamelijk-, geestelijk- en qua geloof in de vooruitgang van de mensheid -het is cliché, maar waar- lag in de tijd dat mijn vrouw en ik elkaar leerden kennen, gingen samenwonen, ons een slag in de rondte werkten (we dachten dat dit erbij hoorde en algehele voorspoed zou brengen), geld als water verdienden, en waarbij we - dankzij de vele overuren die we maakten – meerdere keren per jaar voor minstens drie weken op vakantie gingen naar de Antillen om op de strandstoel bij te komen. Wat betreft het werk: we waren zo gewaarschuwd dat het allemaal slechts verslavende onzin was (we kenden onze klassiekers, waaronder Bright Lights Big City), maar op de één of andere manier gold dat niet voor ons. Dachten we in onze ijdele hoop. Op dat laatste (dat hard werken voor een grote organisatie zo belangrijk is) zijn we wel teruggekomen, of laat ik voor mezelf spreken (dit is mijn blog, hier staan mijn gedachten): ben ik teruggekomen. Gelukkig maar.
               Toch was niet alles slecht. Sterker nog: het was een goede tijd. Ik kijk met een goed gevoel op die ‘coming of age’ tijd terug, een beetje zoals Nescio -met een goed gevoel, maar ook nostalgisch-, ja: met een aanbiddelijk- gevoel- terugkijkt op zijn ‘coming of age’ in zijn Titaantjes (‘Jongens waren we – maar aardige jongens.’). Bij mij kwam die coming of age (=het volwassen worden) misschien wat laat. De jongens van Nescio waren 18/19 jaar oud. Het jongetje van Hermans (in het verhaal De elektriseermachine van Wimshurst, waarin WF Hermans zijn coming of age autobiografisch beschrijft), zat nog op de lagere school. En in al die films en boeken (On the road bv of Y tu mama tambien bv) waren de jongens… een jaar of 22,23; zeg maar op een leeftijd die iemand heeft op het moment dat ie afstudeert=de leeftijd waarbij mijn vrienden zich gingen settelen en zich volwassen gingen gedragen, en dat van mij eigenlijk ook wel werd verwacht.
 
In 2009 (over deze tijd spreek ik) was ik al… vond ik… heel… erg… oud… namelijk… al 31 jaar!
When I grow up to be a man, ach.. Brian Wilson schreef het nummer op zijn 23ste, maar laat de tijd voor het volwassen worden in dat nummer doorgaan tot minstens 30 (voor wie goed luistert). Daarbij: ik geloof dat je de grote levenskeuzen, als het aangaan van een vaste relatie niet te vroeg moet maken, al was ik dan (binnen mijn vriendengroep) er relatief laat bij. Ook toen bewandelde ik mijn eigen pad al.
 
Over wandelen gesproken: op mijn YouTube kanaal (https://www.youtube.com/@maartenleeflang)  wandel ik wat af en praat ondertussen over de dingen waarover ik wil praten. Recent heb ik gewandeld en gepraat over AI, over hoe ik AI gebruikt heb (ja, AI gebruik je, AI is een ding, al doet het zich voor als een mens) in het samenvatten en duiden van een aantal teksten op mijn blog en mijn (met hart en ziel geschreven) boek Het Medisch Bestel.
 
Het Medisch Bestel, boek dat mijn leven tussen 2002-2023 beschrijft, heb ik op dit blog al vaker aangekondigd. Ook heb ik al eerder een aantal fragmenten van dit boek op dit blog gezet.
 
Het probleem van Het Medisch Bestel publiceren op een blog, is dat het nogal een ding is; het is een tekst van zo’n 300 000 woorden: het bevat 3 romans, een kort verhaal, iets van 150 korte essays, een fiks aantal brieven plus een aantal wetenschappelijke verhandelingen. Dat alles heb ik (recent) - als een lasser- aan elkaar geschreven door al deze romans, essays, wetenschappelijke verhandelingen, brieven, te bespreken met een fictieve psychiater (deze psychiater dient zijn rol in dit boek als toevoegingsmetaal). Zoiets laat zich niet makkelijk lezen op een beeldscherm, alleen op papier maakt dit dikke boekwerk kans om gelezen te worden. Er moet een kaftje om, mensen moeten het in de boekhandel in hun handen kunnen houden.
Ik heb een uitgever nodig, maar deze is nog niet gevonden. Ik zal hierom fragmenten blijven delen (daarmee houd ik eea behapbaar), en stuur in de tussentijd (achter het nieuws van dit blog om) mijn volledige manuscript naar mogelijk geïnteresseerde uitgevers. 
Vooralsnog is die interesse van uitgevers niet bijster hoog. Ik heb afwijzingen bij de vleet, en dat is nog vriendelijk, want op die manier weet ik in ieder geval waar ik aan toe ben. Wat veel vaker gebeurt, is dat je… helemaal niets terug hoort van uitgevers (wat ik toch wel een schandaleuze manier vind voor het beantwoorden van brieven) en ik mag aannemen dat ik gek ben en verder mag doodvallen. Dat voor een Uitgever manuscripten -wellicht- hooguit beschouwd worden als een literaire tekst waaraan geld verdiend moet worden, dat begrijp ik nog wel. Maar voor mij is Het Medisch Bestel niets minder dan mijn leven! Om die reden zou ik toch wat meer mededogen verwachten van uitgeverskant die (naar ik aanneem) dagelijks manuscripten binnenkrijgt waarin schrijvers hun hart uitstorten.
 
Maar niet dus.
 
Daarnaast: In het uitgeverswereldje, dat onderdeel is van  het media wereldje, en waar ook het wetenschappelijk wereldje toe hoort, dat onderdeel is van het entertainment wereldje (als in 'All the World’s a Stage') is het, naar het mij lijkt dog eat dog en waar ik (in misschien wel al mijn hoogmoedigheid) niet tussenpas omdat mijn gedachten en mijn boek… bibliotheken vol aan andere boeken, geschriften, gedachten (waar status en geld aan verdiend wordt) overbodig maakt.
 
Maar ach, de paradox van deze klacht (van het dog eat dog wereldje), is dat diezelfde entertainment industrie ook wel weer iets van troost teruggeeft. In de film Crimes and Misdemeanors (van Woody Allen) zit de volgende lamentatie die ik proefondervindelijk onderschrijf en waar ik ook wel weer om kan lachen:
 
Clifford Stern (een eenzame, goed bedoelende schrijver van 40+ die het maar niet kan maken in de boekenwereld) zegt: ‘Show business is, is dog-eat-dog. It's worse than dog-eat-dog. It's dog-doesn't-return-other-dog's-phone-calls. You know, it's just terrible.’
 
Dit is allemaal waar wat Clifford Stern zegt. Dat ik erom moet lachen, komt door de paradox (iets wat vreselijk is, voelt aan als grappig). Waarom voelt het aan als een grap?
 
AI zegt:
Een paradox is in de basis geen grap, maar veel grappen maken gebruik van de structuur van een paradox om mensen aan het lachen te maken. De kern van de humor zit in de onverwachte logica die je hersenen even kortsluit.
 
Dit is waarom de link tussen een paradox en een grap zo sterk is:
1. De verrassing van de 'clou'
Zowel een paradox als een grap werken met een verwachtingspatroon dat plotseling wordt doorbroken. Bij een grap is dat de clou; bij een paradox is dat de tegenstrijdigheid. Je hersenen proberen de logica te volgen, maar worden herprogrammeerd door een rammelende conclusie. Dit moment van verwarring lost zich vaak op in een lach.
 
2. Absurditeit en logica
Humor ontstaat vaak wanneer iets tegelijkertijd logisch én volkomen absurd is. Een paradox doet precies dat: het klinkt logisch, maar de uitkomst kan niet waar zijn.
  • Voorbeeld: "Ik kan de verleiding weerstaan, behalve als ze er is." (Oscar Wilde). Dit is een paradoxale uitspraak die direct als grap fungeert.
3. De 'Incongruiteitstheorie'
Volgens de psychologie lachen we om dingen die niet bij elkaar horen (incongruent zijn). Een paradox zet twee onverenigbare feiten recht tegenover elkaar. Het brein vindt het fijn om die spanning te ontladen, en die ontlading uit zich in een lach.
 
Kortom: een paradox dwingt je om op een onlogische manier logisch na te denken, en die mentale acrobatiek is precies de brandstof voor goede humor.
 
Een andere grap van Woody Allen (wederom een paradox) uit Annie Hall, en die ik ook onderschrijf is de volgende:
 
Alvy Singer (Woody Allen): ‘Well, that's essentially how I feel about life — full of loneliness, and misery, and suffering, and unhappiness, and it's all over much too quickly.’
 
Zo is het ook. Ondanks alle tegenwerking en frustratie die ik meemaak als ik denk aan het uitgeverswereldje, blijven we lachen. Helaas ben ik geen grappenmaker (dat zou het doen uitgeven van Het Medisch Bestel misschien wat makkelijker maken, Het Medisch Bestel is, naar ik vrees en wat ik ook wel op sommige punten onderschrijf, zware kost). Toch zie ik wel een paradox (en dus een grap) -in het feit- dat de zielloze beantwoordingen van Uitgevers op mijn (met hart en ziel geschreven) Medisch Bestel in het niet verdwijnen door het manuscript voor te leggen aan zielloze AI en die daar wel een antwoord met mededogen op weet te geven!
 
In de volgende blogs kunt u AI recensies lezen van de volgende onderdelen uit Het Medisch Bestel.
 
1. Over Terreur (een roman in twee delen)
               Over het nemen van verantwoordelijkheid (1)
               Over het nemen van verantwoordelijkheid (2)
2. MORONA-We doen het voor de zorg (satire over de periode 20-22)
3. Essays
4. Ziekmelding (een kort verhaal over het zwijgen in het medisch wereldje)
 
 
Voor een verdere introductie van AI (en mijn gedachten hierover), zie mijn beeld en geluid: De Voordelen van AI

Reacties

Populaire posts van deze blog