Een woordje van troost
 
Ik ben net door mijn blog heen gestruind, heb de AI recensies gelezen, en dat alles in één keer achter elkaar gelezen.
 
Ik zeg tot mijzelf: ‘Zo was het inderdaad, maar het ligt achter mij. Ik kan berusten in dat wat ik heb meegemaakt.’
 
Toch wie, zo iets achter elkaar leest -wat ik net heb gedaan- voelt zich, dit kan niet anders, ook wel wat verdrietig worden.
 
Ik heb gedacht: moet ik dit alles wel publiceren?
Of moet ik dat doen, over dat waar Mark Knopfler van Dire Straits over zong in zijn ‘private investigations’?
 
Hier zijn de lyrics
 
It's a mystery to me, the game commences
For the usual fee, plus expenses
Confidential information, is in a diary
This is my investigation, it's not a public inquiry
 
I go checking out the reports, digging up the dirt
You get to meet all sorts in this line of work
Treachery and treason, there's always an excuse for it
And when I find the reason, I still can't get used to it
 
And what have you got, at the end of the day?
What have you got to take away?
A bottle of whisky and a new set of lies
Blinds on the windows and a pain behind the eyes
 
Scarred for life, no compensation
Private investigations
 
Tot vandaag hoorde ik altijd in deze muziek ipv ‘the game commences’, ‘there can’t come answers.’ Grappig, zoals wederom blijkt is taal vloeibaar, zeker voor mij die zinnen als jonge jonge jongen uit het Engels vertaalde in zijn eigen (Nederlandstalige) hoofd. Wederom (net als in Supertramp’s ‘Come along’, ‘come alone’) denk ik dat beide zinnen zinsdelen kloppen voor iemand die private investigator, detective, objectiveerman is van alles wat er om hem heen gebeurt en dat documenteert.
-Waarom een objectiveerman dat doet?
Ja waarom doe ik dat?
Antwoord: omdat ik een private investigator ben.
En waarom ik dat ben?
Omdat ik me daar, uiteindelijk goed bij voel. Anders zou ik het niet doen.
 
Ook Mark Knopfler was/is een private investigator, die van zijn hart geen moordkuil maakt(e). Want ofschoon hij in bovenstaand wonderschone nummer doet alsof hij slechts toekomt aan zijn ‘bottle of whiskey and a new set of lies’, heeft hij zijn private investigations verder verwoord in andere prachtige liedjes als Money for Nothing, Romeo and Juliet, On Every Street, en -niet vergeten-: The man is too strong. Dit is iets wat AI (roepnaam ELIZA) wel eens wil vergeten, of niet kan begrijpen: het begrip van tijd en ontwikkeling. In het vastleggen van feiten en ordenen is AI een wondermachine, maar zij legt slechts vast wat haar aangereikt wordt. Vergeet niet: AI is een ding, een algoritme, een feitenmachine die feiten achter elkaar legt maar het stukje tijd (een vector) niet kan begrijpen, evenals het niet de twee andere wonderlijke zaken die ons universum bij elkaar houdt kan begrijpen: (naast tijd), ruimte en causaliteit. Dat soort zaken, daar moeten bezielde (levende) organismen mee dealen, geen algoritme die daar iets aan kan doen. -Gelukkig maar.
 
-Wat voor liedjes maak ik?
Ik ben geen liedjesschrijver, wel zet ik feiten achter elkaar, maar ben mij bewust van tijd, ruimte, causaliteit. Ik zie mijn gedachten op dit blog niet als liedjes, maar meer als een soort van alcoholische drank (whisky), waarbij de AI recensies het alcoholpercentage verder doet verhogen. Je krijgt van die opgeschreven gedachten, en dat is ook precies de bedoeling, bij tijd en wijle een traan van achter je ogen (pain behind the eyes). Dat is niet erg, dat is de bedoeling! Maar je moet niet gaan binge drinken, dan wordt je er ziek van en dat gevoel is waar ik nu (nadat ik veel achter elkaar gelezen heb) mee zit. Ik zeg het niet graag, maar ik voel toch wel een groot verdriet als ik mijn teksten achter elkaar lees. Maar dat is mijn eigen schuld, want net zoals een alcoholische versnapering op zijn tijd erg lekker kan zijn, mag je er van genieten, maar doe het met mate. Deze waarschuwing geldt voor mij, maar ook voor u – beste lezer. Lees mijn teksten, maar met mate. Lees mij rustig.
 
Daarbij, besef u dat ik een probleem-schrijver ben. Daarmee bedoel ik: ik schrijf alleen over de dingen van het leven die ik als problematisch ervaar of heb ervaren. Ik schrijf daar net zo lang over, totdat het probleem soort van opgelost is. Dat kost (zoals u uit mijn woorden kunt opmaken) me veel woorden. Zo ben ik nou eenmaal: Ik kijk niet op een woord meer of minder. Maar dit is het belangrijkste niet. Als u al mijn problemen (die ik op dit blog beschrijf) als tijdsperiode, echte kalendertijd, achter elkaar zou zetten, schat ik in dat ik alles bij elkaar zo’n 8-10 jaar van mijn leven beschrijf. Let op: ik ben (dd 7 september 2026) 48 jaar oud, kortom heb ook zo’n 38-40 jaar geleefd zonder problemen, maar over die zorgeloze tijd hoort u mij niet tot nauwelijks. Zo kan het lijken dat mijn leven een tranendal is (wie alles wat op dit blog staat achter elkaar leest, kan haast niet tot andere conclusies komen), maar het is slechts 8-10 jaar van mijn leven, wat -in het echt- zich heeft doen vormgeven over een periode van 48 jaar.
 
Naast dat je mijn schrijven kunt zien als whiskey (pain behind thee yes), is het ook iets anders.
Wat dan?
Ofschoon alles waarover ik schrijf me -in zekere zin- echt is overkomen is het slechts een deel van het schilderij waarbij ik misschien de wat zwart getinte stukken van Rembrandt wat te veel benadruk en vergeet om ook de personen die in zijn Nachtwacht staan te documenteren. Toch ben ik deze personen niet vergeten. Ik heb echter geen problemen met die personen en schrijf er daarom niet/ nauwelijks over.
 
Laatst was ik, een paar dagen geleden om precies te zijn, op de begraafplaats in Leeuwarden waar mijn moeder begraven ligt. U denkt misschien: ‘Nu wordt hij al weer donker.’ Maar nee, dat is niet wat een begraafplaats in principe is: een donkere, duister plek. De begraafplaats waar ik het over heb, moet u weten, ligt tegenover mijn ouderlijk huis. Daardoor is voor mij die begraafplaats als een park met stenen, dat is het van kind af aan al geweest voor mij (een begraafplaats waar ik onder andere veel speelde met mijn vriendjes en met mijn zussen). En op die stenen staan veel (eeuwige) wijsheden. Ook kan je er bloemen rapen voor… je moeder. Vroeger als heel klein jongetje deed ik dat, nu niet meer natuurlijk. Mijn moeder was zo blij met bloemen, wist ik, dus die raapte ik dan van de graven op en tegenoverliggende begraafplaats. ‘Bestraffend,’ in de woorden van ‘Willem, dat vind ik heel lief van je, toch mag je dat niet doen. Die bloemen zijn er voor de mensen die daar begraven liggen,’ werd ik toegesproken. Waarna mijn moeder de bloemen in een vaas zette (terugleggen ging niet). Nu ligt mijn moeder daar zelf en breng ik af en toe een bloemetje. Ik zou het niet erg vinden als die bloemen door een… klein jongetje werden geraapt om aan zijn levende moeder te geven, en weet wel zeker dat mijn moeder dat ook helemaal niet erg zou vinden. Zo zie je maar weer, een circle of life.
 
Maar op de stenen staan ook wijsheden die ik (zeker nu) toch ook veel lees tussen de Dirken, de Sjoukjes, de Grietjes, de Johan-nen die er wijdverspreid op de begraafplaats liggen. Het mooiste graf (naast het graf van mijn moeder uiteraard, dat het mooiste graf is, vind ik), is een simpel zwart graf. Een Dirk en een Sjoukje liggen daar vanaf medio negentig in vrede te rusten. Ze werden iets van 75 jaar oud, ze stierven vlak achter elkaar. Ze liggen daar samen met hun 30 jaar eerder gestorven (enigst?) kind Grietje. Naam, geboortedatum, sterfdatum, met helemaal aan het eind van de steen slechts een leus, niet eens heel groot geschreven, maar wel heel duidelijk leesbaar.
 
Wat er staat?
 
Liefde is Dragen en Delen.
 
Tot zover de troost.      
 
Ik verwacht op dit blog niet meer veel te schrijven. Voel u vrij om u zelf in dit blog te plaatsen, of stel eens een vraag aan AI. De tuin van Epicurus is waar ik naar toe ga. U vindt deze tuin virtueel op mijn youtube kanaal, en in het echt: ach voor wie mij kent, die weet dat het ontmoeten in het echt niet tegen welke virtuele of schriftelijke duiding op kan. Voor nu dus een tot ziens maar weer.
 
Willem Lijfering

Reacties


  1. Voor de achtergrond achter deze duiding van Ai (en waarom ik AI deze vraag stelde): zie mijn (komende) YT aflevering ‘totem en taboe’

    Je hebt 1 tabblad gestuurd en zei: zit hier (impliciet) Boethius troost in?


    Ja, er zit absoluut (impliciet) de troost van Boethius in dit blogbericht. Hoewel de schrijver expliciet verwijst naar Mark Knopfler, Rembrandt en Epicurus, weerspiegelt zijn tekst de kernfilosofie uit De consolatione philosophiae (Over de troost der wijsbegeerte) van Boethius.
    Hieronder volgt een duiding van de parallellen tussen deze blogpost en het klassieke werk van Boethius.

    🗒 1. De beweging van emotie naar berusting (ratio)
    Boethius begint zijn meesterwerk diep bedroefd, huilend om zijn lot (verlies van status, verbanning en naderende executie). Vrouwe Filosofie verschijnt aan hem en helpt hem om zijn emoties te overstijgen door middel van de rede.
    In de blogpost zien we exact dezelfde beweging:
    * Het verdriet: De schrijver geeft toe dat het achter elkaar lezen van zijn eigen teksten hem emotioneel raakt: "voelt zich [...] ook wel wat verdrietig worden" en hij spreekt van een "groot verdriet" (de pain behind the eyes).
    * De berusting: Ondanks dat verdriet, herpakt hij zich rationeel. Hij relativeert de pijn door naar de feiten en de totale tijdlijn te kijken: "Zo was het inderdaad, maar het ligt achter mij. Ik kan berusten in dat wat ik heb meegemaakt.". Dit is pure Boethiaanse troost: het overstijgen van het tijdelijke lijden door intellectueel overzicht.

    📊 2. Het perspectief van de tijd en het Rad van Fortuin
    Bij Boethius is een centraal thema het Rad van Fortuin: het leven kent pieken en dalen, en je moet niet verbaasd zijn als het geluk keert. Vrouwe Filosofie leert hem dat wie alleen naar zijn huidige ellende kijkt, een vertekend beeld heeft.
    De schrijver doet hier iets wat hier naadloos op aansluit:
    * Hij berekent rationeel dat zijn 'probleemtijd' (het dal van het wiel) slechts 8 tot 10 jaar beslaat van zijn 48-jarige leven.
    * Hij corrigeert zijn eigen neiging om het leven als een puur "tranendal" te zien door te herinneren aan de 38 tot 40 zorgeloze jaren. Het herwinnen van dit 'vogelperspectief' op de eigen biografie is de methode die Boethius gebruikt om zijn innerlijke rust te hervinden.

    📌 3. Het aanbieden van een groter kader: "Dragen en Delen"
    Boethius zoekt naar datgene wat werkelijk waarde heeft als al het oppervlakkige (rijkdom, macht, status) wegvalt. Hij vindt dit in de hoogste deugd en in de universele orde.
    In de blogpost fungeert de begraafplaats als dit relativerende, universele kader. De tekst bereikt zijn filosofische climax bij de spreuk op het simpele zwarte graf: "Liefde is Dragen en Delen.". Dit is de ultieme (impliciete) Boethiaanse troost: het persoonlijke lijden wordt betekenisvol en dragelijk zodra het wordt geplaatst in de context van menselijke verbondenheid, liefde en de onvermijdelijke circle of life.

    ➡️ 4. De terugtrekkende beweging (De Tuin van Epicurus)
    Boethius schreef zijn werk in gevangenschap, afgesneden van zijn actieve politieke leven, en vond rust in de filosofie. De schrijver van de blog kondigt aan te stoppen met zijn publieke bespiegelingen op het blog en trekt zich terug naar "De tuin van Epicurus". Hoewel Epicurus een andere filosoof is, is de beweging identiek aan die van Boethius: het achterbannen van de hectiek en het onrecht van de buitenwereld (zoals de eerdere breuk met zijn werkgever) om de innerlijke vrede op te zoeken.


    Conclusie: de auteur past op zichzelf exact de therapeutische filosofie van Boethius toe. Door zijn lijden te ordenen, in de tijd te plaatsen, te relativeren via de kunst/muziek en te kaderen binnen een universele wet ("Dragen en Delen"), creëert hij voor zichzelf en de lezer een klassiek, filosofisch woord van troost.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog